Mens & samenleving

BH's XXL

18 mei 2020 Haspengouw 506

Trudo van Haspengouw

Categorie: kersteningspredikant, stedenbouwkundige. Trudo (°628, Laar/Landen – †693, Sint-Truiden) was een telg uit een adellijke, Haspengouwse familie met heel wat ‘kerkstichtende heiligen’ in de rangen. Hij werd in Metz door bisschoppelijke medewerkers opgeleid en voorbereid op zijn evangeliserende taak. Omstreeks 655, na de dood van zijn ouders –graaf Wicbold en Adeltrudis–, stichtte hij op het ouderlijk domein ‘Sarchinium’ (nu Sint-Truiden) een kersteningsmonasterium … de voorloper van de latere benedictijnenabdij die het reilen en zeilen in Sint-Truiden tot aan de Franse Revolutie in ruime mate beheerste. Trudo werd kort na zijn dood heilig verklaard; zijn graf was gedurende eeuwen het belangrijkste bedevaartsoord van Haspengouw! Trudo is onsterfelijk want hij leeft tot op heden voort in het toponiem Sint-Truiden. Dit is uniek in Vlaanderen: een plaats die genoemd is naar zijn stichter. Wallonië heeft er ook een: Saint-Hubert naar Sint-Hubertus. Trudo wordt traditioneel voorgesteld als een kerkstichter met een mini-(klooster)kerk in de handen. Soms liggen aan zijn voeten een duivel of een draak wat in de context van de vroegmiddeleeuwse kerstening ‘de overwinning op het heidendom’ symboliseert. Mogelijks ontspringt er een bron aan de voet van zijn abtelijke staf want Trudo doopte met levend water. Beelden, afbeeldingen en andere curiosa van Trudo van Haspengouw kom je in Sint-Truiden her en der tegen, a fortiori in het interieur van de (romaanse) stadskerken. Vorig jaar (2019) vierde Sint-Truiden de zevenjaarlijkse Trudofeesten met tal van evenementen. Op naar 2026 … het volgende Trudojaar.

Karel de Grote

Categorie: wereldleider. (°747/48, ? –†814, Aken). Welke banden keizer Karel de Grote met Haspengouw had, is bij ontstentenis van geschreven documenten en bronnen uit die tijd vooral hypothetisch. Vermits de regio Austrasië waartoe Haspengouw behoorde, centraal in zijn imperium lag, nemen we aan dat hij er meermaals gepasseerd is en mogelijks een korte of langere tijd verbleven heeft. Recent linguïstisch onderzoek reikt hiervoor argumenten aan. De spreek- of moedertaal van “oud-wereldleider” Karel de Grote (afkomstig uit het Luikse; in zijn stamboom prijkt immers Pippijn van Herstal) was gebaseerd op het Frankisch ich-, mich- en dich-dialect dat momenteel in de regio tussen Tongeren en Maastricht –daar ligt het Haspengouwse Riemst!– nog steeds gesproken wordt. Dit concludeert Peter-Alexander Kerkhof, taalkundige aan de universiteit van Leiden. Hij stelt verder dat deze Frankische taalvariante uit Hasbania, dankzij Karel de Grote en zijn mobiele Waals-Haspengouwse hofhouding, de zinsconstructie van het Frans heeft beïnvloed. De Nederlandse onderzoeker heeft heel wat critici die zijn gedurfde hypothese op de ‘grens’ tussen de Germaanse en Romaanse taal betwijfelen. Nochtans! In het Romaanse Frans staat het persoonlijk voornaamwoord voor het werkwoord (in tegenstelling tot andere Romaanse talen zoals het Latijn, Italiaans of Spaans) en zegt men “Je suis” zoals in het Nederlands “Ik ben”. Volgens Kerkhof is dit “detail” beïnvloed door de spreektaal  van Karel de Grote: “ich bin de groetste” alias “je suis le héros”.

Het echtpaar Lodewijk I van Loon & Agnes van Metz

Categorie: staatkundige, kunst. Lodewijk I van Loon (°na 1107 – †1171) was de oudste zoon van Arnold II van Loon (°1085 – †1138) en Aleida van Diest. Hij was de vijfde graaf van het adellijk geslacht van Loon; Lodewijk I bestuurde het graafschap Loon van 1139 tot 1171 toen hij na een plotse aanval van hevige koorts (een pré-corona symptoom?) in de grafelijke stamburcht van Loon (thans Borgloon) overleed. Hij liet in 1171 de motteburcht van Brustem verstenen en versterken tot zijn huidige omvang. In 1155 erfde hij van zijn broer het graafschap Rieneck (thans Midden-Duitsland). De tweede echtgenote van Lodewijk I van Loon was de kunstminnende Agnes van Metz (°ca 1114 – †1175/80), dochter van Folmar V van Metz en Mathilde van Dagsburg. Agnes belastte Hendrik van Veldeke (infra), die een tijdlang op de stamburcht in Borgloon verbleef, met het schrijven van de Servaaslegende. Ze was ook de stichteres van het begijnhof van Borgloon. Voor de bediening hiervan klopte ze aan bij de abdij van Villers die ze in ruil hiervoor de grondheerlijke rechten van Heks schonk. In deze optiek is Agnes ook de grondlegster van twee monumentale Haspengouwse erfgoedsites, nl. de riante abdijhoeve Monikkenhof en het prins-bisschoppelijk jachtdomein inclusief kasteel te Heks. Het echtpaar ligt begraven in de Graethemkapel te Borgloon, destijds tevens de begijnhofkerk.

Hendrik van Veldeke

Categorie: letterkundige. (°ca. 1125, Spalbeek/Hasselt – †ca. 1195, ?). Hendrik van Veldeke, een Dietse schrijver met Europese uitstraling, is de oudste met naam gekende Nederlandstalige schrijver met een volledig oeuvre. Omtrent zijn biografie is weinig met zekerheid bekend. In opdracht van de koster van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht en onder het mecenaat van Agnes van Metz (supra), gravin van Loon, schreef hij in 1170 de Servaaslegende. Dit werk illustreert de toenmalige Limburgse taal. In 1174 begon hij zijn Eneasroman, een eigentijdse versie naar de Romeinse auteur Vergilius over een Trojaanse held. Het manuscript werd echter gestolen en pas negen jaar later teruggevonden. Hij voltooide het in 1184, het jaar dat hij getuige was bij het ridderen van de zonen van keizer Frederik Barbarossa in Mainz … zelf hij noemde deze gebeurtenis zijn prachtigste hofdag ooit. Verder schreef hij nog een dertigtal gedichten en hoofse minneliederen. Van Veldeke, Haspengouwer van geboorte en vriend aan huize bij de grafelijke familie van Loon, verbleef vele jaren aan Duitse hoven. Een standbeeld (foto midden) van hem bevindt zich te Hasselt aan de Dorpsstraat, vlak bij de Groene Boulevard. De watermolen aan de Demer in Spalbeek noemt de Veldekermolen.

Raes van Heers

Categorie: militair bevelhebber. (°ca. 1418, Heers – †1477, Heers). Raes I is de zoon van Karel van der Rivieren (de la Rivière) en Marie de Haccour. Hij volgde zijn vader op als heer van Heers en staat bekend als een fervente vechtersbaas die niets of niemand uit de weg ging. Hij was gehuwd met de al even heldhaftige Pentecosta van Grevenbroeck. Meermaals kwam hij als Luiks legeraanvoerder in actie tegen het Bourgondisch kamp dat in de 15de eeuw het neutrale prinsbisdom Luik wou inlijven; telkens kon hij hierbij rekenen op de (morele) steun van de Franse koning (ook een aartsvijand van Bourgondië). Tijdens de Luikse oorlogen voerde hij de Luikse troepen aan in hun strijd tegen prins-bisschop Lodewijk van Bourbon, een marionet van Bourgondië. Zowel bij de slag bij Montenaken (1465) en de slag bij Brustem (1467) werd zijn primitief uitgerust Luiks leger verslagen door het professioneel Bourgondisch leger o.l.v. hertog Karel de Stoute. Na deze smadelijke nederlagen werd als represaille Raes’ burcht te Heers verwoest en vluchtte hij, samen met zijn Pentecosta, naar Parijs waar de Franse koning hem onderdak bood. In 1477 ondertekenden het hertogdom Bourgondië en het prinsbisdom Luik een vredesakkoord waarin stond dat Luik zijn neutrale en politiek onafhankelijke status mocht behouden. Raes en Pentecosta keerden terug naar Heers en begonnen met de wederopbouw van hun verwoest Haspengouws stulpje. Hierbij liet hij zich inspireren door het renaissancistisch gedachtengoed waarmee hij gedurende zijn verblijf te Parijs in contact was gekomen. In die zin vervult het kasteel van Heers een scharnierfunctie in het Haspengouws kastelenlandschap, nl. de overgang van de strikt militair-strategische burcht naar het residentieel kasteel met park en bos. Dit cultureel accent is m.i. met betrekking tot het huidig Haspengouws landschap de grootste verdienste van vechtersbaas Raes I van Heers. De vzw Heerlijkheid Heers is momenteel druk doende met het verwaarloosd en onderkomen kasteel van Heers een nieuwe toekomst te geven. Regelmatig worden er evenementen georganiseerd om dit edel doel te ondersteunen en kenbaar te maken.

Tjenne, de heks

Categorie: volksmens. Het verhaal van Johanna Machiels uit het stille Mettekoven (Heers) kadert in de sociaal-maatschappelijke context van de tweede helft van 17de eeuw toen heksen en boze geesten de samenleving beroerden. In die beroerde tijden werd de boerenbevolking geregeld geconfronteerd met rampen en tegenslagen veroorzaakt door noodweer (stormen, onweer), besmettelijke ziekten (pest) en plunderingen, brandstichtingen of opeisingen van ronddolende soldaten en huurlingen die doorheen het neutrale prinsbisdom Luik van het ene naar het andere slagveld trokken. Men zocht én vond ‘in eigen rangen’ schuldigen zoals een zekere Johanna Machiels … alias Tjenne, de heks van Mettekoven. Ze werd, naar verluidt ten onrechte beschuldigd van ‘kwade daden’ en ‘boze machten’, in 1667 levend verbrand na een proces dat ruim twee jaar aansleepte. Zelf besefte ze toen wellicht niet dat haar naam tot op heden zou voortleven in een boom –de Tjenneboom– terwijl de namen van haar rechters en beulen al lang vergeten zijn. Deze boom behoort tot het straatmeubilair van de voormalige heerbaan Tongeren-Bavai. Je vindt hem meer bepaald tussen de kapel van Helshoven en het rondpunt van Voort, thans een onderdeel van het Limburgs fietsroutenetwerk (knooppunt 161). Wandelaars kunnen Tjenne groeten langs het parcours van de greenspot Mettekoven. Onlangs werd op de plek waar Tjennes brandstapel stond, een modern kunstwerk (foto boven) van Gerard Moonen geplaatst. Motivatie en duiding hierbij alsmede een dichterlijke hommage aan Tjenne door schrijver-dichter Boudewijn Knevels (Mettekoven) kan je ter plekke op een infopaneel lezen.

Govaert Wendelen

Categorie: priester & allround wetenschapper, sterrenkundige. (°06-06-1580, Herk-de-Stad –†24-10-1667, Gent). Wendelen studeerde in Doornik, Leuven en Orange waar hij het diploma ‘doctor in de rechten’ behaalde. Vanaf 1612 was hij directeur van de Latijnse school in Herk-de-Stad. In 1619 ontving hij de priesterwijding; nadien was hij als pastoor actief in Geetbets (1620-30) en zijn geboorteplaats Herk-de-Stad (1633-50). Van 1650 tot 1659 was hij rechter bij de kerkelijke rechtbank van Doornik. Naast geestelijke was Govaert als gedreven wetenschapper vooral actief in de sterrenkunde en de fysica. In deze domeinen heeft hij –met de beperkte middelen en instrumenten die er in de 17de eeuw voorhanden waren– innoverende waarnemingen, onderzoeken en berekeningen i.v.m. astronomie gepubliceerd. Baanbrekend was o.m. het oorzakelijk verband dat hij aantoonde tussen de stand van de maan en de aarde enerzijds en de getijdenwerking anderzijds. Hij leefde in een tijd (16de en 17de-eeuw) dat gerenommeerde astronomen zoals de Nicolaas Copernicus (Polen; 1473-1543) en Galileo Galilei (Italië,1564-1642) het door de Kerk opgehemelde geocentrisme vervingen door het heliocentrisme: niet de aarde maar de zon is het centrum van het heelal. Aanvankelijk was ook Wendelen overtuigd van deze nieuwe theorie maar toen de Kerkelijke Rechtbank in Rome Galilei in 1632 veroordeelde, keerde ook priester Wendelen zich –ten onrechte– af van het heliocentrisme. Het pand “Wendelenhuis” aan de Ridderstraat 19 te Herk-de-Stad zou staan op de plaats waar Wendelen het levenslicht zag. Op het marktplein wordt hij herinnerd door een versteende meridiaan en in het Olmenhof maakt het Wendelen-monument (foto onder) deel uit van het parkmeubilair. Een krater op de maan, aan de oostelijke rand van de Mare Fecundatis, noemt … Vendelinus, een astronomisch eerbetoon aan de Herkse wetenschapper.

Erasmus Louis Surlet de Chokier

Adellijk politicus. Staatshoofd-ad-interim. (°27/11/1769, Luik – †07/08/1839, Gingelom). De adellijke familie de Chokier is afkomstig uit de Luikse bourgeoisie en verwierf omstreeks het midden van de 18de eeuw de heerlijkheid Gingelom. E.L. de Surlet de Chokier was actief onder het gesternte van vier verschillende overheden: de Oostenrijkse Nederlanden (1769-94), Frankrijk (1794-1815), de Nederlanden (1815-30) en België 1930-39. Tot aan zijn dood woonde hij in het ouderlijk landhuis in Gingelom, de voorloper van het huidig kasteel aldaar. Hij bekleedde politieke en administratieve functies in het ‘Franse’departement Nedermaas. Onder Willem I van de Nederlanden was hij o.m. lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal en lid van de Staten Limburg. In 1815 werd hem de adellijke titel baron opgespeld. Vanaf 1825 tot 1839 tilde hij als burgemeester Gingelom over de Belgische Revolutie én Onafhankelijkheid heen naar een nieuw tijdperk in onze vaderlandse geschiedenis. In deze complexe ‘bevalling’ speelde hij een leidinggevende rol. In 1830 werd hij als liberaal verkozen tot voorzitter van het Nationaal Congres, zeg maar parlementsvoorzitter; onder zijn supervisie werd de eerste Belgische grondwet gestemd. Omdat het vinden van een geschikt koningshuis voor de boreling ‘België’ niet van een leien dakje liep, werd hij in ‘afwachting van’ op 24 februari 1831 verkozen tot eerste regent van België. Dus de eerste leider van het onafhankelijke België was een Haspengouwer! De volgende maanden waren chaotisch omwille van diverse meningsverschillen –vooral tegenstrijdige economisch belangen tussen Vlaanderen en Wallonië; jawel toen reeds!– op nationaal en internationaal niveau. Op officiële bijeenkomsten stelde regent de Chokier zich neutraal op maar op persoonlijk vlak had hij als Franstalige een voorkeur voor toenadering tot Frankrijk. Hierin werd hij niet gevolgd door het parlement. Nadat Leopold I van Saksen-Coburg op 21 juli 1831 de eed aflegde als eerste koning van België, mocht regent Erasmus Louis Surlet de Chokier met pensioen. Ontgoocheld ruilde hij het woelige Brussel in voor het landelijke Gingelom … vlak bij de taalgrens! Zijn rol op ’s lands hoogste politieke niveau was uitgespeeld.

Adrien de Gerlache

Categorie: ontdekkingsreiziger. Adrien de Gerlache (°02-08-1866, Hasselt – †04-12-1934, Brussel) leidde als officier in de Belgische Koninklijke Marine de vaderlandse Antarctica-expeditie van 1897-99, de eerste die overwinterde in het zuidpoolgebied. De Belgica,  een uit Noorwegen afkomstig omgebouwd walvisschip met als stuurman een zekere Roald Amundsen, vertrok op 16 augustus 1897 vanuit Antwerpen. Eind februari 1898 vroor het schip met zijn 19 bemanningsleden aan boord vast in het Zuidpoolijs en moest er –van 17 mei tot 23 juli in complete duisternis– noodgedwongen de zuidpoolwinter doorbrengen. Pas op 15 februari 1899 kwam er weer beweging in de Belgica. In één maand legde men via een eigenhandig gegraven ‘kanaal’ elf kilometer af … tot aan het open oceaanwater. De terugreis naar Antwerpen sleepte aan van 14 maart tot 5 november 1899. Nadien publiceerden meerdere bemanningsleden hun relaas in een boek. Zijn expeditie leverde de Belgische ontdekkingsreiziger in het zuidpoolgebied een Gerlachestraat op; een geslacht van de Antarctische draakvissen wordt de Gerlachea genoemd. In het eerste decennium van de 20ste eeuw maakte Adrien de Gerlache nog vier andere zeereizen, o.a. naar de Barentszzee en Groenlandzee. Zijn jongste zoon, Gaston de Gerlache, trad in de voetsporen van zijn vader en nam in de vijftiger jaren van de 20ste eeuw deel aan een wetenschappelijk experiment in het Belgische onderzoeksstation op Antarctica. Hasselt eert zijn ereburger Adrien de Gerlache met een monumentaal standbeeld (Gerard Moonen) op de Groene Boulevard (Guffenslaan), ter hoogte van de de Gerlachestraat.

 

Lapis, mors-abolescens.
18 mei 2020


Scroll to Top
Scroll to Top