Religieus erfgoed Toerisme & recreatie

In memoriam: klooster (abdij) van Colen

25 juni 2020 Borgloon 993

In 2011 opteerde ik als blikvanger op de kaft van mijn eerste Haspengouw-monografie ‘Religieus erfgoed in Haspengouw’ voor een landschappelijk zicht op de abdij van Colen te Kerniel-Borgloon. Het was een logische keuze want Colen was de laatste van de zes abdijen die Haspengouw ooit rijk was. In het corona-jaar 2020 heeft Colen echter haar religieus aureool verloren. De abdij is verkocht aan wereldlijke “kruis- en muntheren”. De anders zo gastvrije poort van de zusters is nu gesloten (foto-intro). Vandaar, als afscheid van een ‘monument’, dit in memoriam. De toekomst van het complex is gehuld in een nevel van vage beloftes.

De kroniek van een aangekondigde dood

Toen ik anno 1984 de eerste druk van de Geogids Borgloon schreef en publiceerde was het klooster van Colen op toeristisch vlak zowat het Bokrijk van Haspengouw. Zeker inzake bezoekersaantallen was het dé belangrijkste cultuurtoeristische attractiepool van het Haspengouwse platteland. Er kwamen jaarlijks zo‘n 40 000 cultuurtoeristen over de vloer: op weekdagen een colonne autocars met dagjestoeristen van heinde en verre, tijdens de weekends individuelen en gezinnen. Voor vrouwen met een kinderwens deed een zitsessie op de ‘stoel van Sint-Lutgardis’ (infra) wonderen! Buiten de spontane rust van de kloostersite vielen de gidsende zusters –authentieke bewoners én getuigen van deze levende religieuze gemeenschap– en de reusachtige fruittaarten in de gelagzaal onder de poort zeer in de smaak. Maar met het vorderen van de tijd taande, na de millenniumwende in versneld tempo, het binnenlands autocartoerisme samen met de aantrekkingskracht van alles wat met ‘god en gebod’ te maken had. Dit had ook een weerslag op het aantal kloosterroepingen: in 2009 waren er nog een handvol zusters en nu, een decennium later, nog amper twee.  De gelagzaal ging op slot. In het voormalig schooltje werd in het hoogseizoen 2017 en 2018 het fietscafé ‘Vallei van Colen’ geëxploiteerd. Maar ook dit aangenaam panoramisch rustpunt is intussen opgedoekt. Toerisme Limburg trok de laatste decennia in Haspengouw resoluut de kaart van enerzijds bloesem- en fruittoerisme en anderzijds het fietstoerisme. De opwaardering van de onmiddellijke omgeving met de creatie van een ‘Verborgen Moois’-wandeling onder de auspiciën van het RLHV kon de abdij-site helaas niet redden (foto 1). Het voormalig Fruitstreekmuseum, gehuisvest in de stallingen van de abdijhoeve, werd geïntegreerd in het gloednieuw Fruitbelevingscentrum Stroopfabriek-Borgloon. De ziel en geest van Colen waren hierdoor vrijwel volledig leeggelopen. Begin 2020 besloot de orde, in overleg met het bisdom en met de permissie van het Vaticaan, de unieke erfgoedsite ‘Abdij van Colen’ te verkopen. 

Te koop: 'Abdij van Colen'

Op 3 februari 2020 blokletterde HBVL ‘De abdij van Colen staat te koop’. Er is een akkoord over de verkoop maar een akte is er nog niet. Van de ‘kopers’ geen namen, alleen dat het er meerdere zouden zijn … geheimdoenerij van het zuiverste gehalte dus. De stad Borgloon moet nochtans op de hoogte geweest zijn want in de Limburggids 2020 –dit boek werd eind 2019 inhoudelijk samengesteld– wordt met geen woord meer gerept over deze cultuurtoeristische site die amper 40 jaar geleden steevast in de Top 5 van het Haspengouws Toerisme stond. De (tijdelijke ?) crisis in wat onze cultuur groot heeft gemaakt nl. de christelijke waarden, steunend op de ‘Acht Zaligsprekingen’ (nederigheid, zachtmoedigheid, medelijden, zorg voor de minst bedeelden, barmhartigheid, eerlijkheid, vredelievendheid en rechtvaardigheid) induceerde een neerwaartse trend die nu het absolute nulpunt heeft bereikt … de kronenpest en het Coronavirus hebben ook Colen versmacht. De twee laatste zusters zouden het zinkend schip niet moeten verlaten maar mogen tot hun laatste snik op post blijven! Het pand zou niet in kerkelijke handen komen want voor deze continuïteit zijn er te weinig roepingen. De laatgotische kloosterkerk zou een museaal karakter krijgen. We vernemen ook dat de regionale hoofdzetel van de orde der cisterciënzerinnen, gevestigd in het Duitse Helfta, de verkoop van de abdij van Colen via een aantal geheime contacten al enkele jaren voorbereidde. Binnen enkele weken zouden we meer mogen weten.

Een nieuwe, gemengde bestemming

Op 24 mei 2020 lezen we op de nieuwswebsite ‘rijkstebelgen.be’ onder de rubriek NIEUW-VASTGOED: “Jean-Paul Coenen en Alfredo De Gregorio kopen historische abdij van Colen in Borgloon”. Beide gaan Colen een nieuwe, gemengde bestemming geven … concreter kan het voorlopig nog niet verwoord worden. De Gregorio (67) is een gerenommeerd architect, Coenen (71) verdiende zijn strepen als manager en netwerker (eertijds o.m. verbonden aan de mediagroep Concentra en het economisch Limburgplan Limburg Sterk Merk). Het team weet m.a.w. waar Abraham de mosterd haalt. Beide hebben de vennootschap nv Colen opgericht met een startkapitaal van een half miljoen euro. Al in 2015 zou het klooster een haalbaarheidsstudie voor een herbestemming besteld hebben; die studie werd mede betaald door Limburg Sterk Merk. Tot de geïnteresseerde kopers behoorde o.m. rector Rik Torfs (KULeuven) die van Colen een congrescentrum à la Rentmeestershuis Alden Biesen wilde maken. Omdat hij zakte in zijn herverkiezing tot rector, werd deze piste verlaten.

Hedendaagse kloostergeloften

In de editie van het pinksterweekend (30 &31 mei en 1 juni 2020) informeert HBVL zijn lezers over de recente ontwikkelingen in de Colen-saga onder de hoofding “Dit zijn niet zomaar bakstenen”. Het doel van de nv Colen is ‘het beheer, het (deels) verhuren, het productief maken en exploiteren van kloosterdomein Colen (8 ha)’. Inzake respect voor erfgoed klinkt De Gregorio bemoedigend:  “Voor mij prijkt Colen aan de Vlaamse erfgoed-top” en “Colen zal zachte functies krijgen die passen bij haar rijke geschiedenis”. Aan het slot van het artikel gaat het professionele duo zelfs de emotionele toer op. “Colen zal een juweeltje worden (n.v.d.r.: ‘blijven’ klinkt beter). We hopen oprecht dat de vorige eigenaars, de cisterciënzerinnen, tevreden zullen zijn. De band blijft (voorlopig althans) behouden. De twee zusters mogen zo lang blijven als ze willen. Zij geven het tempo aan. Hun conciërge, de persoon die er alles onderhoudt, zal ook voor ons blijven werken’.  Over het lot van hét pronkstuk van het interieur –het Sint-Odiliaschrijn (infra)– bestaat er op dit ogenblik nog geen eensgezindheid.

Beknopte biografie

Voor het historisch en cultuurhistorisch relaas van de abdijsite Colen (foto 2) verwijzen we naar de Haspengouw-monografie ‘Religieus Erfgoed in Haspengouw’. In deze afscheidsrede beperken we het verleden tot een bondige biografie.

1438 – Stichting van een klooster voor kruisheren te Colen (Kerniel) op gronden geschonken door Maria van Colen, weduwe van Jan van Mettekoven. De naam Mariënlof refereert naar de voornaam van de stichteres.

1796 – Opheffing van het kruisherenklooster door het Frans bewind. Het definitief einde van het kruisherenverhaal in Colen.

1822 – Pastoor-cisterciënzer P. Minsart uit Namen koopt het voormalig kruisherenklooster van Colen en schenkt het vervolgens aan de cisterciënzerinnenabdij van Woutersbrakel; aanvankelijk een klooster voor mannen huisvest Colen voortaan kloosterzusters.

1990 – Op historische gronden –nl. de titulaire erfenis van Woutersbrakel– promoveert het klooster van Colen tot abdij.

2020 – In het Corona-jaar 2020, na een lange en rijke geschiedenis die 582 jaar overspant, wordt de abdij van Colen bijgezet op het Campo Santo van het Haspengouws religieus verleden.

Het Sint-Odiliaschrijn

In het tijdschrift Monumenten, Landschappen en Archeologie (2019-Jg 38/6; Jeroen Reyniers) staat een uitvoerig verslag over de “inhoud” van het Sint-Odiliaschrijn. Na de Franse Revolutie kwam dit schrijn vanuit het opgeheven kruisherenklooster te Hoei via enkele omzwervingen terecht in de Sint-Pantaleonkerk van Kerniel. In 1933 werd het naar het cisterciënzerinnenklooster van Colen  (voorheen ook een kruisherenklooster) aldaar overgebracht.  Het werd op 9 maart 2016 voor het laatst geopend (in het bijzijn van Patrick Hoogmartens, bisschop van Hasselt) om de inhoud wetenschappelijk en met voorheen ongekende technieken te onderzoeken.

In het schrijn liggen lichamelijke beenderresten van 13 verschillende personen waaronder twee mannen en elf vrouwen. Volgens radiokoolstofdateringen leefden deze mensen tussen 120 en 540 na Chr., voornamelijk tijdens de 3de en 4de eeuw van onze tijdrekening.  Hun resten werden in 1106 gevonden in een massagraf nabij de Sint-Gereonkerk in Keulen en in verband gebracht met de moord door de Hunnen op 11 000 Keltische maagden (o.a. de HH. Ursula en Odilia) op terugweg van een bedevaart naar Rome. Aan het eind van de 13de eeuw werd de cultus rond deze dames te Hoei opgestart door een zekere Joannes Rijck van Cuyck, prior van het toen nog jonge kruisherenklooster aldaar. O.l.v. kruisheer Johannes van Eppa werden in 1287 een aantal beenderresten opgehaald in Keulen. De jonge Hoeise kloostergemeenschap was op zoek naar inkomsten en investeerde daarom in populaire relieken die een stroom van gulle bedevaarders op de been bracht. De religieuze processie van Keulen naar Hoei is kleurrijk op de “buitengevels” van het schrijn (1292) gepenseeld … meteen de oudst bewaarde paneelschildering van de Lage Landen. In de loop der tijd werd het verzegeld reliekschrijn meermaals geopend om splinters van beenderresten weg te nemen en deze als relikwie aan kerken en religieuze gemeenschappen te schenken, o.a. in 1622 en 1630 in het gunstige katholieke klimaat van de Contrareformatie.

Voetnoot: I have a dream

Bij de redactionele samenstelling, het lezen en herlezen van deze blog welden spontaan een bedenking en een vraag op. In 2006-07 werd de stroopfabriek van Borgloon de winnaar van de Canvas-monumentenwedstrijd. Dit impliceerde dat het industrieel-archeologisch complex in de nabije toekomst gerestaureerd en gerenoveerd moest worden en dit grotendeels op kosten van de stad Borgloon. Bij gebrek aan zowel een lokaal draagvlak als financiële middelen raakte de restauratie van de oude stroopfabriek niet van de grond. Regelmatig verschenen in de pers alarmerende berichten over de verdere aftakeling van de site. Maar plots, vanaf februari 2017, kwam er als een deus ex machina schot in de zaak; eind 2019 opende het Fruitbelevingscentrum Stroopfabriek-Borgloon de deuren. Dit doet veronderstellen dat we onder ‘meerdere personen’ en ‘geheime contacten vanaf 2015’ (supra) mogen afleiden dat op een hoger (provinciaal?) niveau de Loonse dossiers ‘Stroopfabriek’ en ‘Abdij Colen’ administratief-financieel tot één geheel versmolten werden. Voor wat betreft het Fruitbelevingscentrum Stroopfabriek was dit een schot in de roos. Wat de Abdijsite Colen te wachten staat is bang afwachten en het beste hopen. “I have a dream” ... TROCHAS 2020 (zie mijn blog van 25/03): voor dit cultureel project zou de voormalige kloostersite Colen, dat ooit door kruisheren en cisterciënzerinnen bezield werd, een gedroomde locatie zijn (foto 3).

Lapis, mors-abolescens.
25 juni 2020


Scroll to Top
Scroll to Top