×

Oh snap! We just showed you a modal..

Because we can

Cool huh? Ok, enough teasing around..

Go to our W3.CSS Tutorial to learn more!

Modal footer

Kerkenlandschap in Haspengouw

Technische fiche
Auteur Pierre Diriken, dr. Geografische wetenschappen
Pagina's 272!
Formaat 21 x 15 cm
Extra informatie Kleurendruk met foto's, kaarten en schema's
Hardcover
ISBN 9789075224580
Winkelverkoopprijs € 19,50

Bestel nu!

Inhoud

Georeto′s vierde Haspengouw-monografie

Na de Georeto monografieën “Religieus Erfgoed in Haspengouw” (2012), “Het Haspengouws landschap in evolutie” (2013) en “Het Haspengouws kastelenlandschap” (2014) dikte deze cultuurtoeristische reeks over Haspengouw zopas aan met een vierde boek, nl. “Het Haspengouws kerkenlandschap”. Auteur Pierre Diriken portretteert hierin welgeteld 174 kleine en grote basilieken en kathedralen, kerken en kapellen -zowel in de steden als op het platteland- met aandacht voor historische en architecturale aspecten, de bouwgeschiedenis en een overzicht van de voornaamste curiosa van de kerkinterieurs. In zijn “Ten geleide” schetst de auteur hoe het kerkenpatrimonium met ups en downs de tand des tijds trotseerde en overleefde. Op elke crisis volgde een wederopstanding. De universele doelstelling van het geotoerisme, nl. “zien - inzien - ontzien”, vormt de ondertoon van deze “missaal” over het Haspengouws kerkelijk patrimonium op de drempel naar het derde millennium… een standaardwerk zonder meer! In Vlaanderen is er wellicht geen andere regio met een zo rijk gevarieerd kerkelijk patrimonium!

Bouwstijlen weerspiegelen een tijdsgeest

Hoewel vrijwel geen enkele “oude” kerk het resultaat is van één bouwstijl uit één welbepaalde bouwperiode -kerken zijn immers het resultaat van eeuwen bouwen, verbouwen en vernieuwen onder evoluerende omstandigheden- begint het boek met een plejade van 28 kerken die geheel of gedeeltelijk in romaanse stijl (11-13de eeuw) uitgevoerd zijn. In de slipstream van boegbeelden als de Sint-Gangulfus- en -Pieterskerk van Sint-Truiden volgen o.m. de kerken van Kortessem, Borgloon, Montenaken, Berg, Sluizen, Wellen, Groot-Loon, Gotem, Hoepertingen, Vliermaal, Hoeselt, Horpmaal, Rutten, Wilderen, Neerrepen en nog een tiental anderen. Typisch romaans zijn de robuuste silextorens vooral in het centrale en oostelijke deel van de regio.

Onder het “baldakijn” gotiek (13-16de eeuw) schuilen een dubbel dozijn gebedshuizen. Het verticaal opwaarts streven naar het “Hemelse” was het leidmotief van de gotische bouwmeesters voor wie de spitsboog heilig was. Als bouwmateriaal primeren bleke Maastrichtersteen en Gobertangesteen, relatief zachte gesteenten die zwierige sculpturen toelaten. Het gotisch prototype is uiteraard de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek van Tongeren gevolgd door de stedelijke hoofdkerken van Hasselt, Sint-Truiden, Bilzen en Herk-de-Stad. Geen toeval want de opkomst van de gotiek is congruent met de grootste bloeiperiode van de middeleeuwse steden. Op het Haspengouwse platteland is de gotiek o.m. vertegenwoordigd door de kerken van Zepperen, ′s Herenelderen, Alken, Veulen, Heers, Berlingen, Sint-Huibrechts-Hern, Diepenbeek en een batterij torenbakens op het Krijtplateau van Millen-Riemst.

Tijdens de 16de eeuw ruimt de laatgotiek plaats voor de renaissance-architectuur, gevolgd door de Maasstijl (17de eeuw). Bakstenen gevels met mergelstenen speklagen zijn een primair kenmerk… het benadrukken van de “aardse” horizontaliteit als een bewuste reactie tegen de “goddelijk” verticaliteit van de gotiek. Renaissance en Maasstijl zijn vooral burgerlijke stijlen en werden in de kerkelijke architectuur slechts en fragmentarisch met mondjesmaat toegepast. De torens van de Sint-Maartenkerk te Sint-Truiden en de kerk van Stevoort zijn toonbeelden van renaissance, een stijl die o.a. ook opduikt in de parochiekerken van Muizen, Piringen, Haren en Mulken. Terwijl de kerken van Genoelselderen en Herten alsmede de Sint-Jan-de-Doperkerk van Tongeren minstens ten dele representatief zijn voor de Maasstijl.

De barok begeleidde op een haast euforische wijze de 17de-eeuwse contrareformatie en was de bouwstijl bij uitstek voor de bedevaartkerken en kapellen die toen als paddenstoelen uit de Haspengouwse leemgrond oprezen. In het zog van de Onze-Lieve-Vrouwkerk van Kortenbos, het onbetwiste topstuk van de barokarchitectuur in Haspengouw, volgen een tiental kleinere bedevaartkapellen met barokke snufjes zoals de H. Grafkapel van Kanne en de mariale kapellen van Vreren en Oetersloven.

Het classicisme en het rococo -zgn. Franse stijlen- zijn de voornaamste kunststromingen van de 18de eeuw. Het rococo drukte, o.m. als stucwerk en geraffineerd houtsnijwerk, vooral zijn stempel op de aankleding van kerkinterieurs; als architecturaal concept werd het in Haspengouw niet toegepast. De Truiense Sint-Jabobskerk is het regionaal prototype van classicistische bouwkunst die o.m. ook voor de kerken van Melveren, Vreren, Kerkom, Brustem, Jesseren, Werm, Broekom, Donk, Gelinden, Gorsem en Velm beeldbepalend is. In 1794-95 ging het licht uit in het Haspengouws kerkenlandschap. Het Frans bestuur hief de godsdienstvrijheid op en sloot alle kerkdeuren maar de christelijke “vlam” bij de Haspengouwse landbouwbevolking doofde niet in deze beloken tijden. Deze onderbreking was trouwens van korte duur want in 1803 werd de toestand weer genormaliseerd. Zonder uitzondering gingen alle parochiekerken weer open voor de eredienst.

Het 19de-eeuws kantelmonent “industriële omwenteling” induceerde een gestage groei van de bevolking wat op het platteland resulteerde in de oprichting van diverse nieuwe parochies… en parochiekerken. De bestaande gebedshuizen werden te klein. Vrijwel het gehele assortiment van oudere kerken werd toen vergroot, verbouwd of helemaal vernieuwd in diverse neostijlen: het neoclassicisme, de neogotiek en de neoromaanse stijl. Dit proces hield aan tot in het derde kwart van de 20ste eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog bouwde men vooral moderne zaalkerken in baksteen, beton en glas met een vrijstaande toren. Je treft ze vooral aan in de buitenwijken van de stedelijke agglomeraties.

Geloof in de toekomst

Maar sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65) ging het aantal kerkgangers gestaag achteruit en zijn er nu in de ogen van de publieke opinie plots te veel kerken wiens onderhoud financieel de spuigaten uitloopt. In alle Haspengouwse parochiefederaties spoken plannen rond om kerken zoniet te sluiten of te slopen dan toch vergaand te herbestemmen. Pierre Diriken formuleert en argumenteert zijn persoonlijke mening hieromtrent in zijn “Ten geleide”. Kort samengevat komt het hierop neer. In de loop van de geschiedenis was de kerk meerdere keren in zijn voortbestaan bedreigd: de Noormannen, de Beeldenstormers, de hervormingen van Napoleon en nu Sint-Euro, de populaire hedendaagse afgod. Nooit echter werden in het verre of nabije verleden parochiekerken definitief afgebroken en dit zal nu ook zo ′n vaart niet lopen. “En mocht ik me toch vergissen”, zo besluit Pierre Diriken, “laat dan het boek dat nu in je handpalm ligt voor het nageslacht de laatste getuige zijn van de culturele verscheidenheid en rijkdom van Haspengouws kerkenlandschap op de drempel tussen het tweede en het derde millennium”.