Natuur & landschap

Van de pagus
Haspinga-Hasbaniensis
tot de geografische streek
Haspengouw-Hesbaye

8 februari 2023 Haspengouw 2851

Haspengouw ontstond in de tweede helft van het eerste millennium als een politiek-administratieve entiteit. Ten noorden van de taalgrens deemsterde de naam na de vorming van het graafschap Loon (ca. 1015 – 1366 – 1794) weg. Ten zuiden van de taalgrens bleef Hesbaye een Luiks graafschap tot aan het eind van het ancien régime. In de loop van de 20ste eeuw evolueerde Hesbaye/Haspengouw tot een gewestgrens overschrijdende geografische streek waarvan het grootste gedeelte in Wallonië ligt. In Zuid-Limburg maakt men een onderscheid tussen Droog- en Vochtig-Haspengouw … terecht, want er is een hemel van verschil tussen beide. Vandaar mijn voorstel om de landelijke regio in het zuiden van de provincie Limburg voortaan ‘Loons Haspengouw’ te heten!

Bij wijze van inleiding en probleemstelling tonen we een kaartje uit de “Atlas = Handboek van Aardrijkskunde. J. Cammaers. Uitgeverij Ad. Wesmael-Charlier, Namur. 1935”. De kaart toont de indeling van de Natuurlijke Gewesten in België ten tijde van het interbellum. Er is dan sprake van de Kempen, de Gemengde Streek, het Brabantsche en het ‘Eigenlijk Haspengouw’ … zonder de prefixen droog- of vochtig-, maar wel met een verschil in kleurtinten van het groene spectrum. Haspengouw, van waar komen we! En waar gaan we naar toe?

Haspinga, Hasbania, Haspengouw … van Frankische huize

In Gallo-Romeinse bronnen komt het toponiem Haspengouw nog niet voor. Het grondgebied maakt dan deel uit van de Civitas Tungrorum in Germania Secunda, een gebied dat grosso modo congruent is met de oostelijke helft van het huidige België. De benaming Haspengouw ontlook in de 8ste eeuw, mogelijks zelfs tijdens de 7de eeuw. De vroegst gekende vermelding ‘pago Hasbaniense’ duikt op in een Latijnse schenkingsakte, in 741-42 verleden in ‘villa Curtricias’ (het huidige Kortessem). Het rijk van Karel de Grote (768-814) bestreek nagenoeg het grootste deel van het huidige West-Europa. Het was territoriaal-bestuurlijk ingedeeld in zgn. pagi (Lat. = mv. van pagus) wat in het Frankisch ‘gau, gouw” betekent. In de literatuur zijn ca. 400 Karolingische pagi of gouwen bekend waaronder – in onze contreien – Henegouwen, de Maasgouw en … de Haspengouw. De oudst gekende, Frankische schrijfwijze hiervan is Haspinga. Tientallen toponiemen van Frankische oorsprong – zowel de Merovingen als de Karolingen zijn Frankische dynastieën – eindigen op het suffix ‘-ingen’ … het toponymisch eindstadium van het Frankische ‘inga-heim’ wat genetisch  ‘woonplaats van een destijds invloedrijk persoon’ betekent. Enkele voorbeelden: Wimmertingen, Berlingen, Rukkelingen, Riksingen, Bassenge (Ned. = Bitsingen), Hoepertingen, Truilingen en Otrange (Ned. = Wouteringen). Naar analogie hiervan kunnen we ‘Hasp-inga’ (Hasp-ingen) interpreteren als een gouw van meerdere woonkernen die aan een zekere ‘Haspo...’ toebehoorde. Dit alles steunt op het Frankisch eigendoms- en erfrecht waarin grondgebied gelinkt werd aan personen en na hun dood derhalve erfelijk was. De Latijns-romaanse versie van het Germaanse ‘Pagus Haspinga’ luidt ‘Pagus Hasbaniensis’. Door militaire expansies en administratieve fusies evolueerden de gouwen tijdens de 10-11de eeuw tot graafschappen (comitatus, comté) onder leiding van een graaf (comes).

Van gouwen naar graafschappen: Leuven, Loon, Luik, Hasbania

In de marge van het verdrag van Meerssen (870) staat dat de toenmalige Pagus Hasbaniensis uit vier graafschappen bestond, nl. het graafschap Leuven (NW), het graafschap Bruningerode (ZW), centraal het graafschap Avernas en in het oosten het graafschap Haspinga. Tijdens de 11-12de eeuw werden de westelijke graafschappen Leuven en Bruningerode entiteiten in het nieuwbakken hertogdom Brabant. Tegelijkertijd kreeg ook, door de samenvoeging van het graafschap Hocht en noordelijke gebiedsdelen uit Haspinga en Avernas, het graafschap Loon vorm. Dr. Jan Vaes situeert de oudste archivalische bronnen omtrent het ontstaan van het graafschap Loon tussen 1015 en 1030. Op de zuidelijk gelegen gebiedsdelen van de graafschappen Haspinga en Avernas, die politiek-administratief vanaf de 11de eeuw altijd onder het prinsbisdom Luik ressorteerden, kleefde voortaan de naam Hasbania.

Bedolven onder het stof van de middeleeuwen

Ten tijde van het autonome graafschap Loon (ca. 1025 tot 1366) en na diens annexatie (1366-1794) door het prinsbisdom Luik komt in geschriften of op kaarten het Germaans toponiem Haspinga/Haspengouw niet meer voor … tenzij in de kerkelijke context. Grenzen van wereldlijke territoria (graafschappen, hertogdommen, …) waren immers vaak congruent met de vroegste bisdommen en hun hiërarchische onderverdeling. En die indeling hield vaak veel langer stand, sommige zelfs tot aan de Franse Revolutie. Zo was er tot aan het eind van het ancien régime (1794) in het graafschap Loon een aartsdiaconaat Haspengouw. In het noordwesten van het prinsbisdom Luik (thans het noordwesten van de provincie Luik) duiken op historische kaarten uit de 17de en 18de eeuw wel geregeld varianten van het romaans toponiem Hasbania op. Enkele voorbeelden. De kaart Dewit Episcopatus Leodiensis (1680) vermeldt “Comté Hesbaye”. De Coronelli Vescovatio Di Liege (1690) karteert de “Contado di Hasbain”. Cartograaf Matthias Seutter lokaliseert op zijn kaart “L’ Evêche et L’ Etat de Liège” (1730; foto) het “Comté de Hasbayn”. In het ancien régime was het graafschap Hesbaye, net zoals het graafschap Loon, een administratief onderdeel van het prinsbisdom Luik. Het graafschap Hesbaye was in het oosten en zuiden gegrensd door de Maas, in het noorden door de Jeker en in het westen door de lijn Montenaken-Hoei. Opmerkelijk: in de noordwestelijke uitstulping ligt Sint-Truiden dat nooit tot het graafschap Loon heeft behoord. Bij de staatkundige herindeling in de Franse tijd (1794-1815) duikt de benaming Haspengouw/Hesbaye in administratieve kaarten of stukken niet meer op.

De rehabilitatie van Haspengouw-Hesbaye

Het moet zowat in het interbellum (1918-40) – mogelijks zelfs enkele decennia eerder – geweest zijn dat ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek en vooral in functie van het vak aardrijkskunde, schoolatlassen werden samengesteld en uitgegeven. Hierin passeert vaak een bonte plejade van allerhande ‘landkaarten’ en thematische kaarten: eerst het eigen land (+ Kongo!), dan de buurlanden en de rest van Europa, vervolgens de andere continenten en tenslotte de sterrenhemel. Alleen reeds om te zien wat er wereldwijd in een tijdspanne van nog geen eeuw veranderd is, is het doorbladeren en beleven van zo’n atlassen meer dan de moeite waard. Welnu, in deze schoolatlassen duiken na een lange periode van stilte de benamingen Haspengouw en Hesbaye opnieuw op. In tegenstelling tot de pré-Loonse periode (supra) is het hedendaagse Haspengouw/Hesbaye geen strikt begrensd administratief gebied meer, maar wel een geografische streek met transparante contouren. Tot onze persoonlijke bibliotheek behoort “Patria’s Wereldatlas. J. Van Limbergen en W. Seghers. Uitgave DE DAG, Antwerpen. 1939”. Bij wijze van voorbeeld tonen we hieruit de thematische kaart 29 ‘Bergbeschrijving van België’. Het oranje-bruin gekleurd gebied, centraal in het kaartbeeld, heet dan de “Hoogvlakte van Haspengouw”. Hiertoe behoort slechts het uiterste zuiden van de provincie Limburg; Sint-Truiden lag in die tijd kennelijk nog steeds niet in Haspengouw!

De omschrijving en begrenzing van de geografische streken is sedertdien meermaals verfijnd en hertekend. Zo werd o.m. de term ‘bergbeschrijving’ verkort tot ‘reliëf’, een kwestie van voortschrijdend inzicht en landschappelijke evoluties. Voor wat de actuele visie op de indeling van België in traditionele geografische streken betreft, verwijzen we onderstaand naar een kaart uit ‘Plantyn Algemene Wereldatlas. E. Van Hecke, D. Vanderhallen en J. Callemeyn. 2012’. Centraal in het kaartbeeld, ditmaal in rode kleurtinten, ontplooit zich de Leemstreek met v.l.n.r. de Henegouwse Leemstreek, de Brabantse Leemstreek en … Droog-Haspengouw annex Vochtig-Haspengouw.

De geografische regio Droog-Haspengouw alias Hesbaye

Een geografische streek is een gebied waar grosso modo dezelfde landschappelijke kenmerken voorkomen. Deze eigenschappen kunnen ontleend zijn aan diverse disciplines zoals het reliëf, de geologie, de bodemgesteldheid, streekeigen bouwmaterialen, het bodemgebruik, de landbouw, het hoevetype, de nederzettingsstructuur, de bevolkingsdichtheid, de industrie, culturele bakens, historische littekens … In deze optiek valt de afbakening van geografische streken doorgaans niet samen met administratieve gemeente-, provincie- en gewestgrenzen. Hesbaye alias Droog-Haspengouw illustreert dit ten voeten uit: het strekt zich uit over twee gewesten en vijf provincies. Het bestrijkt immers het noordwestelijk deel van de provincie Luik, het zuiden van de provincies Limburg en Vlaams-Brabant, het oosten van de provincie Waals-Brabant en het noordoosten van de provincie Namen. De westelijke grens, nl. de overgang naar het landschappelijk sterk verwant Brabants Leemplateau, is het minst scherp in het landschap afgetekend.  Ze wordt gevormd door de bovenloop van de Kleine Gete en een arbitraire noord-zuid lijn tussen het brongebied van de Kleine Gete en de vallei van de Beneden-Samber.

Landschapskenmerken van Hesbaye alias Droog-Haspengouw

De geologische sokkel bestaat overwegend uit mariene, fossielrijke kalk- en krijtformaties uit het Mesozoïcum (130-65 000 000 BP). Op dit geologisch substraat rust een leem- en lösspakket, door krachtige noordenwinden aangevoerd en afgezet tijdens de laatste ijstijd (70-15 000 BP). De dikte van deze eolische dekmantel varieert van plaats tot plaats … van enkele meters tot enkele tientallen meters. Reeds in de Gallo-Romeinse tijd (2 000 – 1 600 BP) werd deze regio grotendeels ontbost – de natuurlijke vegetatie vòòr de landname was een oerbos met overwegend eiken en haagbeuken – om aan akkerbouw te doen, vandaar ook de heerbanen die Droog-Haspengouw dooraderen. Tot op heden zijn weidse akkers zonder visuele perceelsgrenzen een hoofdkenmerk van het Droog-Haspengouws openfieldlandschap. Er worden vooral veeleisende gewassen zoals granen en suikerbieten geteeld. Hier en daar ontwikkelen zich kernen van fruitteelt en extensieve groenteteelt.  Het plateaulandschap golft zachtjes tussen de hoogtelijnen van +100m en +150m. Droge dalen, cultuurtaluds en holle wegen enerzijds, riante kasteel- en vierkanthoeven anderzijds zijn schering en inslag; het zijn stille getuigen van een eeuwenlange, succesrijke landbouwbedrijvigheid.  De betonnen ruilverkavelingswegen zijn dan weer een recente toevoeging.  De hoopdorpen met geconcentreerde bewoning liggen bij voorkeur in de droge dalen en de grotere valleien waar het levensnoodzakelijk water binnen handbereik is. De Méhaigne en de Jeker zijn de voornaamste rivieren van Droog-Haspengouw; in hun lommerrijke valleien gedijen bossen en natuurgebieden. Op het plateau komen koepelbossen en solitaire bomen voor. Alle grotere nederzettingen bevinden zich aan de rand van het Hesbaye-plateau: Luik, Hoei, Namen, Tienen, Sint-Truiden, Tongeren, Waremme, Maastricht en Visé. Door gestage woonuitbreiding en andere economische activiteiten vanuit deze kernen wordt de agrarische authenticiteit van Hesbaye geleidelijk aangevreten. Enkele voorbeelden: de luchthaven van Bierset, de windmolenparken rond Hoei, industrieterreinen langs de E40 en E42 en aan de rand van kleine steden (Hannut, Waremme).

De meeste van deze landschapskenmerken zijn uiteraard ook van toepassing op het ‘strookje’ Limburgs Droog-Haspengouw (Gingelom, Sint-Truiden, Borgloon, Heers, Tongeren en het krijtplateau Millen-Riemst) waarvan ik de landschappelijk kenmerken en cultuurhistorische charmes in mijn geogidsen en Haspengouwmonografieën breedvoerig besproken heb. De Limburgse bijdrage (414km2) in de totale oppervlakte van geografische streek Droog-Haspengouw-Hesbaye (2 095km2) bedraagt amper 15%.

En Vochtig-Haspengouw dan? 

De typologie ‘Vochtig-Haspengouw’ is relatief recent en duikt in handboeken en kaarten pas na de Tweede Wereldoorlog op. Het betreft de Zuid-Limburgse regio (+40m tot +95m) tussen het Kempens plateau en het eigenlijke (Droog-)Haspengouw. In de “Patria’s Wereldatlas. J. Van Limbergen en W. Seghers. Uitgave DE DAG, Antwerpen. 1939” is er van Vochtig-Haspengouw nog geen sprake. In het handboek “Begrippen van algemene aardrijkskunde België. M. David. NV Standaard Boekhandel, 1961” valt Vochtig-Haspengouw onder “De Streek der Heuvelen”; Droog-Haspengouw behoort op die kaart tot “De Leemplateaus”.

Vochtig-Haspengouw (415 km2) wordt afgebakend door natuurlijke grenzen: de Boven-Demer in het oosten en noorden, de Beneden-Gete in het westen en in het zuiden het structureel talud tussen Laag- en Midden-België volgens de lijn Zoutleeuw – Sint-Truiden – Borgloon – Tongeren.

De landschappelijke verschillen tussen Droog- en Vochtig-Haspengouw zijn duidelijk veel groter dan de prefixen ‘droog’ en ‘vochtig’ suggereren. Zo vormt Vochtig-Haspengouw de kern van het Zuid-Limburgs kastelenlandschap. De regio is verder grotendeels congruent met de Fruitstreek en is tevens de ruggengraat van het wettelijk beschermd Zuid-Limburgs vakwerkgebied.  In de sector van de traditionele landbouw primeren weilanden en veeteelt. Al deze aspecten en kenmerken komen uitvoerig ter sprake in de diverse Haspengouwse geogidsen en Georeto’s Haspengouwmonografieën, a fortiori in de monografie “De evolutie van het Haspengouws Landschap”.

Na meer dan een halve eeuw toewijding aan en verdieping in diverse aspecten van de complexe Zuid-Limburgse realiteit zou ik – desgevraagd – deze regio willen herbenoemen als ‘Loons Haspengouw… liefst zelfs met terugwerkende kracht . Oprukkende verstedelijking vanuit de bipool Hasselt-Genk alsmede recente ontwikkelingen in de landbouw (inclusief de fruitteelt) vormen reële bedreigingen voor het voortbestaan van Vochtig-Haspengouw. Wat dit betreft, is de toekomst en de authenticiteit van Droog-Haspengouw alias Hesbaye alleszins rooskleuriger.

Lapis, mors-abolescens.
8 februari 2023


Scroll to Top
Scroll to Top