Mens & samenleving

Redemptiedorpen in Haspengouw en Hesbaye

21 februari 2024 Haspengouw 1816

Op Hoepertingen, Rutten, Nerem, Veulen en Mopertingen, vijf dorpjes weggelegd in de plooien van het Haspengouwse landschap, kleefde tijdens het ancien regime de stempel ‘redemptiedorp’. Vanwaar en waarom deze ouderwetse titel? Wat betekent ‘redimeren’? In deze blog doe ik een poging om dit historisch gegeven te ontsluieren en te verduidelijken. Tegenwoordig immers wijken de voormalige redemptiedorpen in niets af van andere dorpen in de buurt. Is er dan helemaal niets meer wat een vergelijking met het verleden doorstaat? Jawel, hoor. Tegenwoordig ‘redimeren’ we allemaal … zelfs dagelijks én aan meerdere heren alias schuldeisers.   

Redemptiedorpen

Voor de definitie van
redemptiedorpen baseren we ons op Nijhoffs Geschiedenislexicon Nederland en België (1981). Redemptiedorpen zijn acht dorpen (Hoepertingen, Veulen, Nerem, Rutten, Mopertingen, Paifve (Peef), Fallais en Argenteau-sous-Hermal) ten noordwesten van Luik. Omstreeks 1200 lagen deze dorpen op het grondgebied van ofwel het graafschap Loon ofwel het prinsbisdom Luik en ressorteerden ze onder de bevoegdheid van de daar dienstdoende graaf of prins-bisschop in hun functie van leenman t.o.v. van de Duitse koning/keizer. Door een transactie in 1203-04 stond de Duitse keizer zijn deel van Maastricht alsmede enkele andere keizerlijke lenen in de buurt af aan de hertog van Brabant (infra).

Na het beleg van Maastricht (1632) werden de Noordelijke Nederlanden (= het huidige Nederland) een onafhankelijke Staat: de Noord-Nederlandse Republiek. Het deel van het oude hertogdom Brabant dat tot deze nieuwe natie behoorde, werd Staats-Brabant genoemd. Op basis hiervan eiste de nieuwe Noord-Nederlandse Republiek dan ook alle Brabantse rechten op Maastricht op. Het werd dan onduidelijk of het recht om belastingen te innen toekwam aan de Spaanse of Zuidelijke Nederlanden – in de hoedanigheid van leenroerige opvolger en erfgenaam van aanvankelijk het hertogdom Brabant en vanaf 1430 het hertogdom Bourgondië – of aan de Noord-Nederlandse Republiek. Decennialang bleef dit conflict onopgelost en daarom betaalden deze dorpen aan beide schuldeisers een vaste jaarlijkse rente. In ruil hiervoor werden ze door hun ‘oversten’ min of meer gerust gelaten en genoten ze een relatieve zelfstandigheid in hun doen en laten. Redemptie is afgeleid van het Latijnse werkwoord ‘redimere, redemptum’ wat ‘loskopen, afkoopsom’ betekent. Pas in de Vrede van Fontainebleau (1785) werd de kwestie definitief geregeld en werden de redemptiedorpen aan de Noord-Nederlandse Republiek toegewezen. Niet voor lang echter want in 1795 werden alle enclaves in de Zuidelijke Nederlanden overgedragen aan Frankrijk en verschenen er in vrijwel alle domeinen van de samenleving nieuwe bestuurlijke modellen.

Feodaliteit

De middeleeuwse voorgeschiedenis van de redemptiedorpen en hun specifieke ‘statuut’ tijdens het ancien regime is verankerd in het ingewikkelde kluwen van de middeleeuwse feodaliteit. In het feodale systeem waren rechten en bezittingen, graafschappen en hertogdommen volgens een hiërarchisch systeem van leenheren en leenmannen in handen van een relatief kleine groep vooraanstaande adellijke geslachten. De continuïteit van het bestuur werd doorgaans geregeld door erfopvolging in mannelijke lijn.  Wanneer er geen erfopvolging was leidde dat geregeld tot interne en externe spanningen en discussies. Heel vaak bestond er inzake leenroerige rechten een onderscheid tussen grond en domein enerzijds en persoonsgebonden materies – rechtspraak en belastingen – anderzijds. Een succesrijke tactiek inzake gebiedsuitbreiding was de doelgerichte huwelijkspolitiek. In ruil voor beoogde rechten of als aflossing van schulden konden bezittingen of eigendommen weggeschonken of verkocht worden. Schetsen we even heel summier de politieke toestand in onze contreien tijdens de eerste eeuwen van het tweede millennium. De Duitse koning/keizer was als erfgenaam van Keizer Karel de Grote (800) de hoogste in rang, de universele leenheer van het zgn. Heilig Roomse (Keizer)rijk. O.a. de prins-bisschop van Luik en de graaf van Leuven  (later de hertog van Brabant) waren leenmannen van de Duitse koning/keizer. Vanaf de elfde eeuw gold er omtrent het graafschap Loon een dubbele vazaliteit: van de Duitse koning/keizer hadden de graven de hogere rechtspraak in leen, van de Luikse prins-bisschop het domein.

Lodewijk II, graaf van Loon (1194-1218)

Lodewijk II stond aan het hoofd van het graafschap Loon in een politiek zeer onstuimig klimaat. Na de dood (1197) van de Duitse keizer Hendrik VI, een vooraanstaand figuur uit de Hohenstaufen-dynastie en één van de machtigste figuren in de middeleeuwen, ontstond een conflict omtrent diens opvolging. Zijn zoontje Frederik was amper vier jaar oud bij het overlijden van zijn vader. De antagonisten waren zijn broer Filips van Zwaben en Otto von Brunswijk, de toenmalige frontman van de Welfen-dynastie. De machtsstrijd tussen de pausgezinde Welfen en keizergetrouwe Ghibellijnen (alias Hohenstaufen) ontlokt bij mij vage herinneringen aan de geschiedenislessen uit mijn zalige humanioratijd. Ik heb ‘geschiedenis’ altijd een boeiend maar bij wijlen ook zeer ingewikkeld ‘vak’ gevonden … nu nog steeds! Overeenkomstig zijn functie als bisschop schaarde de Luikse prins-bisschop zich achter de pausgezinde Otto von Brunswijk. De graaf van Loon en de hertog van Brabant – weliswaar buren maar tevens aartsvijanden – wisselden echter meermaals van kamp omdat de hertog van Brabant toendertijd uit was op terreinwinst in het graafschap Loon. De wispelturige en onbetrouwbare houding van de Loonse graaf werd in 1204 door Filips van Zwaben afgestraft met de schenking van de juridische en fiscale rechten op Maastricht (die de Duitse keizers als een allodium (eigengoed) van ouds in persoonlijk bezit hadden en die voorheen aan de graaf van Loon beleend werden) aan de hertog van Brabant. In dezelfde transactie schonk de Duitse keizer ook het keizerlijk leen Veulen en de allodia Rutten-Koninksem en Nerem-Sluizen-Paifve aan de hertog van Brabant. Zonder deze transacties in 1204 zou er later nooit sprake geweest zijn van redemptiedorpen! Op deze wijze ontstonden in het begin van de 13de eeuw een aantal Brabantse enclaves in het graafschap Loon! Tegelijkertijd raakte de Loonse graaf Lodewijk II verwikkeld in de zgn. Loonse oorlog (1203-06). En ook in de marge van dit interregionaal conflict – Lodewijk II wou middels een gearrangeerd huwelijk met Ada van Holland het graafschap Holland verwerven maar de Hollanders wilden hier niet van weten en rebelleerden – moest de Loonse graaf een aantal van zijn bezittingen en rechten afstaan of verkopen om de opgelopen schulden te kunnen vereffenen. In de Loonse oorlog koos de hertog van Brabant uiteraard de zijde van de graaf van Holland. Het dispuut tussen Brabant en Loon raakte pas van de baan na de slag van Steps-Montenaken (1213; meer info in de blog “Veldslagen en oorlogen in Haspengouw/Hesbaye”). De foto hieronder is de voorkaft van het boek “De graven van Loon” van dr. Jan Vaes, uitgegeven door het Davidsfonds (2016). Centraal staat het huwelijk van graaf Lodewijk II van Loon met gravin Ada van Holland. Het tafereel links toont graaf Dirk VII van Holland, de vader van Ada, op diens sterfbed.

Ook Hoepertingen en Mopertingen redimeren

Hoepertingen was aanvankelijk een groot leen van de Loonse graven. Met een eerste vermelding in 1155 is Koenraad de oudst gekende heer van Hoepertingen. Omstreeks het midden van de 13de eeuw stond de graaf Arnold IV van Loon alle rechten op zijn leengoederen te Hoepertingen af aan de heer van het Noord-Brabantse Heeswijk (ten zuidoosten van ’s Hertogenbosch). Ondanks hevig protest van de Luikse prins-bisschop, leenheer van de Loonse graaf, werd ook Hoepertingen toen een Brabantse enclave in het graafschap Loon en golden er voortaan ook dezelfde regels als in de overige redemptiedorpen. Aan de Hoepertingenstraat 26 staat het 17de-eeuwse Paanhuis. In deze banbrouwerij mocht enkel onder toezicht van de plaatselijke heren bier gebrouwen worden, vandaar het alliantiewapen van de families van Scharenberg-de Lynden boven de deur. Het pand deed tijdens het ancien regime ook dienst als gerechtshof van de lokale schepenbank … vandaar het arduinen zitmeubel voor het pand (foto).

Vermoedelijk in de eerste helft van de 14de eeuw stond de graaf van Loon de hoogheerlijke rechten (waaronder de rechtspraak en het innen van de belastingen) omtrent Mopertingen af aan de schepenbank van Maastricht. Vanaf dat ogenblik was Mopertingen een Brabantse enclave in het graafschap Loon. Dit impliceert dat de plaatselijke schepenbank, bevoegd inzake lokale geschillen, werd aangesteld door de Brabantse schepenen van Maastricht en bijgevolg  de Brabantse jurisdictie toepaste. Mopertingen regelde tijdens het ancien regime zijn aan de Republiek verschuldigde belastingen door het betalen van een vaste jaarlijkse rente.

Geen heden zonder verleden

De redemptiedorpen uit het ancien regime – vijf in Haspengouw, drie in Hesbaye –zijn sinds 1785 voltooid verleden tijd. Hun grenzen zijn vervaagd en uitgewist; de dorpen zelf zijn opgegaan in andere bestuurlijk-administratieve entiteiten. On the field is er van deze redemptietoestanden niets meer te merken tenzij enkele riante kasteeldomeinen – Hamal, Veulen en Hoepertingen – waar indertijd min of meer Brabantgezinde adellijke families resideerden. Anno 2024 hoort Veulen bij Heers, is Mopertingen een deelgemeente van Bilzen, zijn Rutten en Nerem opgeslorpt door Tongeren en ressorteert Hoepertingen onder Borgloon. Vanaf 2025 figureren in het stedelijk gedrocht Tongeren-Borgloon eenendertig (31!) deelgemeenten waaronder drie voormalige redemptiedorpen. In het huidige België zijn de redemptiedorpen vervangen door 15 faciliteitengemeenten, gelegen op de grens tussen Wallonië en Vlaanderen. Eén van hen is zelfs naar aloud recept een heuse enclave: het Vlaamse en Overmase Voeren wordt begrensd door Nederland en Wallonië! In Voeren en de overige faciliteitengemeenten worden de belastinggelden verdeeld tussen Vlaanderen en Wallonië; dit systeem doet onwillekeurig denken aan de tweeherigheid die Maastricht in de middeleeuwen te beurt viel. De Hendriken en Otto’s, de machtige leenheren van weleer, zijn nu wereldleiders zoals Poetin en Xi Jinping. Loekasjenko opereert als een leenman van Poetin. Victor Orban speelt de rol ‘hertog van Brabant’ en wisselt van kamp naarmate een of ander hem beter uitkomt. Zoals de Hohenstauf Filips en de Welf Otto (met de steun van de paus) ruim 800 jaar geleden, zo duelleren vandaag de democraat Biden en de republikein Trump (met de bijbel in de hand) met het hoogste leiderschap van hun ‘werelden’ als inzet. Zowel de leenheren van vroeger als de wereldleiders van nu hebben het gewetenloos slachtofferen van hun onderdanen gemeen: uitbreiding van macht en grondgebied waren en zijn nog steeds hun motieven. De Belgische onderdanen betalen heden ten dage belastingen aan méér dan twee leenheren: de gemeente, de provincie, het gewest en de staat. Bovenop worden belastingen (lees BTW) geheven op elk geconsumeerd product en worden er jaarlijks grondlasten geïnd. Redimeren (belastingen betalen) is blijkbaar een gewoonterecht van alle tijden en alle culturen! Tussen corona 2020 en vandaag werden in Haspengouw door enkele regionale leenheren alias alleenheersers – een elitaire loge van uitgerangeerde politici en vier toevallig titelvoerende burgemeesters – de rechten en de gronden in het hart van Haspengouw grondig herverkaveld. Dit gebeurde, zoals in de middeleeuwen, tijdens geheime vergaderingen en zonder enige inspraak van hun onderdanen.

Het verhaal van de redemptiedorpen heeft me geleerd dat machtsvertoon over vele excessen en middelen beschikt zoals sjoemelen en redimeren … nihil novi sub sole!

 

 

Lapis, mors-abolescens.
21 februari 2024


Scroll to Top
Scroll to Top