Mens & samenleving

In Hasbania's Field, oorlogen en veldslagen

8 januari 2024 Haspengouw 1187

Haspengouw/Hesbaye was door de eeuwen heen het decor van heel wat oorlogen en veldslagen. Ook toen vielen er, zoals nu in Oekraïne en Palestina, duizenden onschuldige slachtoffers in de machtsstrijd tussen politieke ‘leiders’. Dankzij de technische vooruitgang – lees bewapening – worden deze drama’s almaar waanzinniger. Mens en beschaving zullen helaas altijd wel met elkaar in de clinch liggen. We grasduinen even in het oorlogsverleden van het thans vredige Haspengouw/Hesbaye.  

De Gallische oorlog – 58-52 voor Christus

Gallia Belgica, Caesar, Eburones, Ambiorix, Tungri, Atuatuca Tungrorum … bij het horen van al deze historische namen denkt men onwillekeurig aan Hasbania, Haspinga, Hesbaye of Haspengouw als geografisch decor. De ommekeer in de Gallische oorlog alias Bello Gallica was de
hinderlaag van de Eburonen in 54 voor Christus waarbij anderhalf legioen (ca. 6 000 Romeinse soldaten), de bevelhebbers Sabinus en Cotta incluis, om het leven kwam. Daarna liet een verbolgen Caesar de Eburonen uitmoorden; de Tungri, een meer ‘beschaafde’ Germaanse volksstam, mochten vervolgens hun territorium innemen. Omtrent de locatie van deze hinderlaag – ook wel eens de slag bij Atuatuca genoemd– schrijft historicus Robert Nouwen in zijn jongste boek ‘Ambiorix tegen Caesar’ (Sterck & De Vreese, 2023): “ Dit gebeurde in een magna convallis, een zeer groot en langgerekt keteldal. Inmiddels worden meer dan dertig plaatsen in België, Duitsland en Nederland als locatie van Atuatuca genoemd. Tot op heden kunnen voor geen enkel plek voldoende doorslaggevende argumenten aangereikt worden tenzij er spoedig een archeologische verrassing van formaat volgt”. Als één van de mogelijke locaties werd ooit de vallei van de Jeker tussen Lauw en Otrange gesuggereerd. Of deze militaire actie al dan niet op Haspengouwse grond plaatsvond, laten we in het midden; ze was alleszins voor de latere Gallo-Romeinse ontwikkeling van de regio in het algemeen en Tongeren in het bijzonder van cruciaal belang.  

De slag van Steps bij Montenaken – 13 oktober 1213

Toen Albert III, de laatste graaf van Moha (nabij Hoei) kinderloos stierf, eisten zowel hertog Hendrik I van Brabant als Hugo II van Pierrepont, prins-bisschop van Luik, op basis van familiale verwantschap het graafschap Moha op. Brabant begeerde het graafschap Loon om zo een vrije doorgang voor hun handelsactiviteiten naar het oosten (o.a. de Rijn in Keulen) te verwerven. In het geval van Luik had de verwantschap betrekking op hun leenman Lodewijk II, graaf van Loon. De onenigheid omtrent de erfopvolging van Moha was de aanleiding van een gewapend treffen tussen beide pretendenten. Luik kon hierbij rekenen op de steun van de steden Dinant en Hoei. De veldslag werd in het voordeel van de Luiks-Loonse coalitie beslecht op zondag 13 oktober 1213 op de zgn. Stepsheuvel, een waterscheidingsplateau dat nu nog steeds een grensgebied tussen Montenaken (Limburg), Walshoutem (Vlaams-Brabant) en Cras-Avernas (Luik) is. Ondanks de militaire nederlaag liet Brabant pas in 1229 zijn aanspraken op Moha (en Loon) varen. De slag van Steps was naar verluidt de eerste veldslag waarin een ‘professioneel’ leger van edelmannen (Brabant) door een amateuristisch volksleger (Luik-Loon) werd verslagen. Aan dit treffen is tevens religieus verhaal verbonden dat meer dan 800 jaar later nog steeds voortleeft.

ONZE-LIEVE-VROUW VAN STEPS. Als een soort mascotte brachten de Luikenaars een Mariabeeld uit de Sint-Martinuskerk van Montenaken naar het slagveld. Eenmaal ter plaatse begon de herfstzon zo fel te schijnen dat de Brabanders verblind werden en noodgedwongen de strijd staakten. Elk jaar wordt het wonderdadig Mariabeeld, tijdens een processie in de meimaand, van haar “winterverblijf” (de kerk van Montenaken) naar haar “zomerresidentie” (de neogotische kapel van Steps, 1958) gebracht.

De Loonse successieoorlog(en) – 1336-1366

Bij ontstentenis aan erfelijke troonopvolging in mannelijke lijn verdween het geslacht van Loon in het midden van de 14de eeuw van het politieke toneel. Met de Loonse successieoorlogen (1336-66) viel, in twee fasen, het doek over de politieke autonomie van het graafschap Loon. Toen de Loonse graaf Lodewijk IV in 1336 kinderloos stierf, eiste zijn neef Diederik van Heinsberg (x Kunegonde van der Mark) de titel én het graafschap op. Aanvankelijk verzette de Luikse administratie (o.a. het kapittel van de Sint-Lambertuskathedraal) zich hiertegen maar in 1346 ging prins-bisschop Adolf van der Mark toch akkoord. De militaire alliantie die Diederik van Heinsberg in 1337 met Jan III, hertog van Brabant, sloot – in casu: bij een mogelijke Luikse aanval kon Loon rekenen op de steun van Brabant! – was hieraan niet vreemd. Brabant had dus nog steeds ‘interesse’ in het graafschap Loon!

Toen ook Diederik van Heinsberg in 1361 zonder erfopvolger (zijn enige zoon Godfried van Loon-Heinsberg sneuvelde in 1342 tijdens een gevecht in Pruisen) stierf, eisten diens neven Godfried van Dalenbroek en Arnold van Rummen de titel ‘graaf van Loon’ op. Ditmaal echter hield prins-bisschop Engelbert III van der Mark (1344-68) het been stijf en bezette hij volgens een overeenkomst uit 1190 het land van Loon. Pas vijf jaar later (vooral Arnold van Rummen zorgde vanuit zijn stamslot “de Rummense burcht” voor diplomatiek weerwerk) waren het conflict en de strijd definitief van de baan. De Luikse prins-bisschoppen waren vanaf 1366 zonder verdere discussie de leenheren van de Loonse landadel … het reilen en zeilen in Haspengouw viel voortaan onder de politieke bevoegdheid van de Luikse prins-bisschop.

De zgn. Loonse successieoorlogen waren in feite geen fysieke oorlogen met hevig wapengekletter; hooguit werden Loonse sites (o.a. de burchten van Kolmont, Brustem en Rummen) door Luikse milities een tijdlang bezet. Interessant om weten is dat de hoogste Loonse landadel tot 1363 steun zocht en kreeg bij het nabije hertogdom Brabant. Toen dit ‘mecenaat’ vertroebelde, was de Loonse vrijheidsstrijd vlug bezegeld.

De Awans- en Waroux-oorlog – 1296-1335

De vete tussen de Luikse ridderfamilies Awans en Waroux – nu nog steeds vredige dorpjes op het Hesbaye-plateau aan de noordwestelijke rand van de Luikse stadsagglomeratie – schetst de sfeer op het platteland tijdens de eerste decennia van de 14de eeuw. De oorzaak van deze langdurige strijd was de schaking van een onvrije vrouw, onderhorig aan Humbert Corbeal van Awans, door een familielid van heer Willem van Waroux. Bij zgn. Sint-Maartensramp (infra) schaarde de Awans zich aan de zijde van de volkspartij, de Waroux kozen het kamp van de patriciërs. De vrede van Fexhe (1316) loste het conflict niet op. Adolf van der Mark (1313-44) wist beide partijen in 1335 te verzoenen; voortaan zouden de geschillen tussen de edelen beslecht worden door een tribunaal, bestaande uit twaalf ridders.

Sint-Maartensramp (3-4 augustus 1312). Volksuitbarsting in Luik tegen een samenzwering van edelen om het gezag in Luik te veroveren. Bij dit conflict verschansten de edelen zich in de Sint-Maartenskerk die door de ambachten vervolgens in brand gestoken werd. Hierbij werden ca. 200 edelen gedecimeerd!

De Luikse oorlogen – 15de eeuw

Door langdurige conflicten tussen enerzijds opstandige Luikse milities (vooral de ambachtslui en het gewone volk) met de steun van de Franse koning en anderzijds de Bourgondische voogdij-overheid, bleef het tijdens vrijwel de gehele 15de eeuw in het “Luikse” Haspengouw bijzonder onrustig waardoor erfgoedrelicten uit die tijd bijzonder schaars zijn. Decennialang heerste er een destructieve sfeer met burgeroorlogen. Zowel de hertog van Bourgondië als het Franse koningshuis wilden het welvarend en strategisch centraal gelegen prinsbisdom Luik in hun invloedssfeer krijgen en trachtten dit in eerste instantie vredelievend te realiseren met een gerichte benoemingspolitiek. Zo stelde de Bourgondische hertog Filips de Goede in 1456 zijn neef Lodewijk de Bourbon aan tot prins-bisschop van Luik. Dit ontlokte bij de op Frankrijk georiënteerde Luikenaars hevig protest en opstanden in diverse steden en plaatsen. In deze context kaderen de Haspengouwse veldslagen bij Montenaken (1465) en Brustem (1467). Uiteraard hebben deze veldslagen bijgedragen tot de verdere eliminatie en uitdunning van de inheemse landadel.

De Slag bij Othée – 23 september 1408

Othée (Ned. = Elch) behoorde indertijd tot het graafschap Loon. Thans ligt deze deelgemeente van Awans in het Waals Gewest; Othée ligt net ten zuiden van de taalgrens op een steenworp van het kasteel van Hamal (Rutten, Tongeren). De slag van Othée was een treffen tussen opstandige Luikse milities (een volksleger, gesteund door o.m. Tongeren en lieden van de Haspengouwse landadel) enerzijds en de troepen van de Luikse prins-bisschop Jan van Beieren en zijn Bourgondische familie- en bondgenoot Jan I van Bourgondië alias Jan zonder Vrees anderzijds. In deze ongelijke strijd leden de Luikse rebellen zware verliezen. De slag van Othée symboliseert ook de machtsstrijd tussen de families van Beieren en de Horne. De aanvoerder van de rebellen, Hendrik van Horne en diens zoon Diederik van Horne, sneuvelden samen met ca. 20 000 strijdmakkers op die bloedige septemberdag. Ook de nog resterende Loonse landadel incasseerde in de velden van Othée rake klappen.

De slag bij Montenaken – 20 oktober 1465

De Luikenaars waren het oneens met het beleid van hun prins-bisschop Lodewijk van Bourbon. Laatstgenoemde was in zijn functie aangesteld en gecontroleerd door Filips de Goede, hertog van Bourgondië. In de slag bij Montenaken verpletterde het Bourgondische leger de Luikse milities o.l.v. de Haspengouwer Raes van Heers. De strijdvaardige aanvoerder wist weliswaar te ontsnappen, maar zowat de helft (ca. 1 800 krijgers) van zijn volksleger sneuvelde. In de hierop volgende Tweede Vrede van Sint-Truiden (22-12-1465) werd Lodewijk van Bourbon in zijn prins-bisschoppelijke functie hersteld en de hertog van Bourgondië als erfelijk voogd erkend.

De slag bij Brustem – 28 oktober 1467

De dood (1467) van Filips de Goede, hertog van Bourgondië, was voor de Luikenaars een nieuwe aanleiding om zich van het Bourgondische juk te bevrijden. Op 28 oktober omsingelden Bourgondische soldaten de stad Sint-Truiden, verdedigd door een garnizoen van ca. 3000 soldaten. Een leger van ca. 30 000 Luikenaars, o.l.v. Willem van Berlo, snelde te hulp en nam stellingen in te Brustem. De Bourgondiërs o.l.v. Karel de Stoute reageerden meteen. In een mum van tijd maakte hun beter uitgerust en bewapend professioneel leger het verschil. De Luikse coalitie verloor. Krijgsheer Raes van Heers vluchtte naar Parijs. Bij het aanschouwen van de militaire suprematie op het slagveld te Brustem gaf de stad Sint-Truiden zich gewillig over. Aan het Luiks-Loons verzet tegen de aanhechting van het prinsbisdom Luik bij het hertogdom Bourgondië kwam een eind in 1477: Maria van Bourgondië verzaakte aan al haar rechten en aanspraken op het prinsbisdom Luik. Laatstgenoemde verwierf toen een ‘relatieve’ autonomie die het tot aan het eind van de 18de eeuw wist te consolideren.

Haspengouw in het neutrale prinsbisdom Luik – 16-18de eeuw

Vanaf 1477 voerde het prinsbisdom Luik een neutraliteitspolitiek. Zo waren er o.m. ten tijde van de Tachtigjarige oorlog (1568-1648) – de bloedige opstand van de Nederlanden tegen het centrale gezag in Brussel dat de naar Spanje vertrokken koning Filips II vertegenwoordigde –nagenoeg geen oorlogen of veldslagen in het neutrale Luikerland. De Luikse neutraliteit betekende echter niet dat de regio totaal gevrijwaard bleef van oorlogsgeweld, integendeel. Vooral tijdens de Spaanse en Oostenrijkse successieoorlogen was het prinsbisdom voor de legers van de grote mogendheden – Frankrijk versus de geallieerden (Engeland, de Nederlandse Republiek, het Duitse keizerrijk …) – een relatief  ‘veilig’ transitgebied op weg van het ene naar het andere ‘militaire doel’. Het gebeurde meermaals dat hun legers slaags geraakten op het grondgebied van het prinsbisdom Luik. Dit ging gepaard met heel wat lasten en ongemakken voor de plaatselijke bevolking: militaire opeisingen, schade aan landbouwgewassen, enz.

Slag bij Geldenaken – 20 oktober 1568

Het Waals-Brabantse Geldenaken ligt aan de Grote Gete, vandaar de alternatieve benaming slag aan de Gete. Overwinning van een Vlaams leger o.l.v. de hertog van Alva tegen Nederlandse opstandelingen onder bevel van Willem van Oranje. Naar verluidt streden heel wat Luikse en Loonse edelen mee aan de zijde van Oranje. Het was de eerste invasie van Willem van Oranje in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Oranje werd verplicht zich naar het Noorden terug te trekken.

Eerste Slag bij Neerwinden – 29 juli 1693

Overwinning (zonder glans) van het Franse leger van Lodewijk XIV tegen de zgn. ‘Liga van Augsburg’. Deze slag, waarin ca. 20 000 soldaten sneuvelden, kaderde in de Negenjarige oorlog (1688-97) beëindigd door de Vrede van Rijswijk. In feite betekende dit akkoord een status quo: de Republiek Nederland behield het recht om militairen te stationeren in de zgn. barrièresteden van de Zuidelijke Nederlanden.

De slag bij Ramillies – 23 mei 1706

Overwinning van de geallieerden (Engeland, Nederland, …) o.l.v. John Churchill, hertog van Marlborough tegen een Frans-Beiers leger onder aanvoering van maarschalk Villeroy. Deze confrontatie kadert in de Spaanse successieoorlog (1701-14), ontstaan na de dood (1700) van de kinderloze Spaanse koning Karel II. De Fransen moesten zich na de verpletterende nederlaag in Ramillies terugtrekken uit het grootste deel van de Spaanse Nederlanden en de steden die ze aldaar bezet hadden, ontruimen. Ramillies behoorde destijds niet tot het prinsbisdom Luik. Het lag wel aan de zuidoostgrens van het hertogdom Brabant. Thans ligt het in Waals-Brabant, op de grens van Hesbaye en het Brabantse leemplateau.

De slag bij Rocourt – 11 oktober 1746

De slag van Rocourt, gelegen in Hesbaye ten noorden van Luik, is een onderdeel van de Oostenrijkse successieoorlog: de strijd om de Zuidelijke Nederlanden tussen enerzijds Frankrijk (+ Spanje, Pruisen, Beieren, …) en anderzijds de zgn. Geallieerden Oostenrijk (+ Engeland, Nederlandse Republiek, Rusland, …). De gevechten verliepen aarzelend. Toen de Fransen aan de winnende hand waren, trokken de geallieerden zich terug.

De slag van Lafelt – 2 juli 1747

De slag van Lafelt kadert in de Oostenrijkse successieoorlog (1740-48). Te Lafelt kwam het die zomerdag tot een confrontatie tussen de Fransen (+ Spanje, Pruisen, Beieren, …) en de geallieerden (Engeland, Oostenrijk, Republiek der Noordelijke Nederlanden, Rusland, …) onder aanvoering van Engelsman Cumberland en de Nederlander Waldeck. Onder het goedkeurend oog van de Franse koning Lodewijk XV werden de geallieerden door het Franse leger verslagen. De weg lag open voor de inname van het uiteindelijke doel van de Franse opmars … Maastricht. Helaas ook nu lukten de Fransen niet in hun opzet.

Lafelt is een gehucht van Vlijtingen dat op zijn beurt in 1977 opging in de fusiegemeente Riemst. De slag van Lafelt is de bloedigste veldslag ooit in Haspengouw. In één etmaal sneuvelden toen 17 500 krijgers. In de annalen lezen we: “Lafelt werd beschouwd als een moeilijk te veroveren schans met wallen waarop nagenoeg ondoordringbare hagen groeiden”. Wellicht alludeerde men hiermee op de wirwar van holle wegen en graften rond dit agrarisch straatgehucht op het Krijtplateau van Millen-Riemst. Er werd als het ware gestreden van holle weg tot holle weg want in dit open akker- en plateaulandschap profileerden deze ingesneden wegen zich als loopgraven waarin men zich tegen vijandelijk kanongeschut veilig beschut waande.

Het Iers kruis, geplaatst in 1964, herinnert aan de memorabele slag van Lafelt en de Europese belangen die toen al golden. Een Ierse brigade streed immers mee aan de zijde van de Fransen in de hoop zich bij een eventuele Franse overwinning tegen de geallieerden, van het Engelse juk te kunnen ontdoen. Ondanks de Franse zege kwam deze verzuchting in de tweede Vrede van Aken (1748) niet ter sprake. Ierland werd pas in 1921 een onafhankelijk land!  

Eindstrijd Boerenkrijg te Hasselt-Zuid – 5 december 1798

Bij de Franse Revolutie (1794) werden de Zuidelijke Nederlanden – eindelijk – bij Frankrijk ingelijfd. Op 12 oktober 1798 ontstak in het Oost-Vlaamse Overmere een spontane volksopstand tegen de Franse wet op de algemene dienstplicht waarbij alle jongeren tussen 21 en 25 jaar naar het leger moesten. Het ongenoegen verspreidde zich als een lopend vuurtje door de Zuidelijke Nederlanden. Op 5 december 1798 werd de rebellie nabij Hasselt definitief onderdrukt. De Brigands (zo noemden de Fransen de Vlaamse opstandelingen; het betrof niet alleen boerenzonen maar ook ambtenaren, religieuzen, adellijke lieden, enz.) verloren de ongelijke strijd omwille van hun archaïsche bewapening (stokken, zeisen, vlegels, messen), de onervarenheid van hun leiders en het gebrek aan buitenlandse steun. In deze eindstrijd sneuvelden 339 Brigrands. Het totale verlies aan mensenlevens tijdens de Boerenkrijg wordt op 5 à 10 000 slachtoffers geraamd. Met uitzondering van Herk-de-Stad en Hasselt bleef de rest van Haspengouw tijdens de Boerenkrijg ‘gespaard’. Dat de ontknoping van deze volksopstand zich in Hasselt voltrok, was eerder toeval. De Brigands verzamelden op 4 december 1798 in Hasselt met de bedoeling ’s anderendaags van daaruit naar Maastricht te trekken. De Fransen hadden dat manoeuvre echter doorzien en sloegen, nog voor de opmars begon, beslissend toe.

Bij de kapel van Hilst, aan de Oude Truierbaan te Hasselt, vindt jaarlijks op 5 december een herdenkingsplechtigheid voor de ‘helden’ van de Boerenkrijg plaats. Deze kapel, uitgevoerd in ruw afgewerkt vakwerk, werd gebouwd in 1898 … één eeuw na de feiten! Blikvanger in het interieur is een ecce homo … een lijdende Christus verbeeldt de strijd van de Brigands.

De Tiendaagse Veldtocht

Deze militaire operatie (2-12 augustus 1831), een veldtocht van het Nederlandse leger (36 000 man o.l.v. prins Willem van Oranje) tegen het prille Belgische leger (31 500 man), kadert historisch in de Belgische Revolutie. Er waren, naast Kermt en Hasselt (infra) aan de Demer, ook schermutselingen en gevechten nabij Turnhout (03/08) en Leuven (12/08). Nederland wilde een wig drijven tussen het Belgische Schelde- en Maasleger om zo naar Brussel door te stoten. Na diplomatieke tussenkomst van Frankrijk en Engeland aanvaardde Willem van Oranje een wapenstilstand en trok zich in Noord-Brabant terug. Enkel de citadel van Antwerpen bleef nog tot 1832 bezet. De voorwaarden van de Belgische afscheiding werden door de Tiendaagse Veldtocht enigszins aangepast: het verdrag van de Achttien Artikelen (26/06/1831) werd opgeschaald naar het verdrag van de Vierentwintig artikelen (oktober 1831). Mede hierdoor werden Limburg en derhalve ook Haspengouw pas bij het Eindverdrag met België op 19/04/1839 een volwaardig onderdeel van België.

De slag bij Kermt – 7 augustus 1831

De slag bij Kermt was een confrontatie tussen de regeringstroepen van prins Willem van Oranje en het Belgisch Maasleger o.l.v. generaal Nicolas Joseph Daine. Bij dit treffen wist het Maasleger, ondanks hun ondertalsituatie, de Nederlanders (tijdelijk) terug te dringen. Naar verluidt ging dit ten koste van een 100-tal mensenlevens. De slag bij Kermt was in feite de enige overwinning van de Belgische separatisten tijdens de Tiendaagse Veldtocht. De bijgaande aquarel (ca. 1835) van Alting von Geusau is een passende illustratie van de slag bij Kermt.

De slag bij Hasselt – 8 augustus 1831

In de Slag bij Hasselt werd het Belgisch Maasleger (14 500 man) o.l.v. van commandant Daine verslagen door de manschappen van prins Willem van Oranje. Het amateuristisch uitgerust en slecht bewapend Maasleger had geen behoorlijke artillerie en zag de onzin van hun opdracht vlug in. Daarom sloeg het Maasleger via Kortessem en Tongeren op de vlucht naar Luik. Ter hoogte van Kortessem staakten de Nederlanders de achtervolging. Toch sneuvelden er ca. 700 soldaten van het Maasleger bij de slag bij Hasselt; de verliezen aan Nederlandse zijde waren naar verluidt eerder gering.

1914 – Slag van Halen (12 augustus 1914)

Halen scharniert tussen Haspengouw, het Hageland en de Lage Kempen. Geografische factoren – ijzerzandsteenhoudende heuvelkammen, diep ingesneden holle wegen en de brede drassige Getevallei – hebben ongetwijfeld het slagveld van dit cruciale treffen uit de Eerste Wereldoorlog mede bepaald. Vanaf o.m. de Metteberg werd de Duitse cavalerie bestookt en ondanks hun numeriek overwicht tot staan gebracht door Belgisch kanonvuur. De slag van Halen was het enige Belgische succes in de eerste Wereldoorlog zonder geallieerde steun! Volgens sommige historici zou het verloop van de Eerste Wereldoorlog totaal anders geweest zijn: de Duitsers zouden Parijs immers tijdig bereikt en veroverd (?) hebben en zo het IJzerfront overbodig gemaakt hebben. Na Halen zouden er op West-Europese bodem nooit meer stormritten te paard uitgevoerd zijn. In deze optiek is Halen het laatste hoofdstuk van het paard als strijdros.

1940 – Slag rond het Fort van Eben-Emael (10-11/05/1940)

Korte maar hevige strijd in de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog waarbij de Duitsers vier bruggen (Kanne, Vroenhoven en Veldwezelt) over het Albertkanaal veroverden en in een mum van tijd het onneembaar geachte fort van Eben-Emael uitschakelden. Het betrof het eerste wapenfeit in de zgn. Achttiendaagse Veldtocht. De ondergrondse, in de krijtformaties uitgehouwen fortificatie van Eben-Emael lag toen nog op Limburgs-Haspengouwse bodem.

Op het voormalig Belgisch oorlogskerkhof van Kanne werden de Belgische grenadiers die sneuvelden bij de inname van de brug van Kanne, begraven. Het kerkhof werd ingehuldigd op 10 mei 1946. Nadien werden een aantal gesneuvelden herbegraven (meestal in de eigen woonplaats), de overige stoffelijke resten werden 1974 naar het soldatenkerkhof van Veldwezelt overgebracht. De voormalige begraafplaats aan Meerland te Kanne is als monument beschermd; de witte kruisjes met de namen van de slachtoffers staan er nog maar er liggen geen soldaten meer begraven.

Lapis, mors-abolescens.
8 januari 2024


Scroll to Top
Scroll to Top