Kastelenlandschap Religieus erfgoed Toerisme & recreatie

Verdwenen erfgoed op de kaart gezet!

7 mei 2020 Haspengouw 512

De grafelijke hoogteburcht van Borgloon

In hun heimat Borgloon liet het grafelijk geslacht van Loon omstreeks het jaar 1000 op een van nature strategische heuvelrug een houten mottetoren op een artificieel opgehoogde, conische sokkel bouwen. Tijdens de 11de en 12de eeuw werd deze primitieve grafelijke residentie uitgebouwd en versteend tot een robuuste romaanse burcht naar analogie met de ruïnes die ons nu nog resten van de dito bolwerken in Brustem en Kolmont. Op de motteheuvel torende een veelhoekige stenen donjon van minstens vier verdiepingen, aan de voet hiervan bevond zich een rechthoekige (33 bij 10 m) sala in silexsteen. De toren op het opperhof was een toevluchtsoord in tijden van oorlog, de zaal op het neerhof de leefruimte in vredestijd. Na de verwoesting van dit strategisch bolwerk in 1179-80 door de Luikenaars verliet de grafelijke familie Borgloon en bouwde in Kuringen aan de Demer een nieuw slot. [Ook het huidige gebouw op deze site in Kuringen lijkt in niets op het architecturaal pareltje dat er ooit stond]. De verlaten hoogteburcht te Borgloon bleef als militaire post tijdens gewapende conflicten nog operationeel tot de 16de eeuw en takelde nadien af tot een ruïne; de laatste bouwkundige restanten verdwenen tijdens nivelleringswerken in 1871. Alleen de afgevlakte motteheuvel met zijn uiterst steile zuidflank bleef als “panorama” op Droog-Haspengouw –de richting van waaruit de Luikse belagers van weleer opdoken!– bewaard. Je bereikt dit historisch plekje via de trappen achter de huidige bibliotheek op het Speelhof. De collegiale Sint-Odulfuskerk aldaar is de erfgenaam van het aloude grafelijk slotkerkje op het toenmalige neerhof. Foto boven: panorama Burchtheuvel.

De romaanse Sint-Niklaaskerk van Tongeren

De romaanse Sint-Niklaaskerk, voor het eerst vermeld in 1209, leunde aan tegen de zuidelijke torengevel van de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek. Tijdens latere verbouwingen werd op de romaanse torenromp een gotische spits geplaatst. Deze derde stedelijke parochiekerk van Tongeren –de twee overige zijn uiteraard de Onze-Lieve-Vrouwbasiliek zelf en de Sint-Jan-de-Doperkerk– werd tijdens de nachtelijke stadsbrand van 28-29 augustus 1677 volledig verwoest. In 1710 werd ze vervangen door een sober classicistisch gebedshuis dat aan het eind van de 18de eeuw, tijdens de Franse Revolutie, op slot ging en zijn functie verloor. In 1818 –d.i. 202 jaar geleden– liet het stadsbestuur de Sint-Niklaas slopen. De Sint-Niklaaskerk stond op de huidige Graanmarkt. Of er ‘stukken’ uit het interieur van de verdwenen Sint-Niklaaskerk in andere stadskerken verder leven, is mij niet bekend.

De commanderij Holt-Kortessem

Het Loons leengoed Holt, vermeld in 1261, werd bij ontstentenis aan wettelijke erfopvolging in 1281 bezit van de Duitse Orde. De commanderij Holt-Kortessem sorteerde voortaan onder de landcommanderij van Alden Biesen. Het gebouwenbestand dat tijdens de religieuze onlusten (o.a. de Beeldenstorm, 1568) van de 16de eeuw werd verwoest, werd nadien niet meer hersteld. De commandeur van Holt verwierf immers in de eerste helft van de 17de eeuw het kasteel van Ordingen (Sint-Truiden) en liet dit bouwkundig transformeren tot commanderij … in opvolging van de commanderij van Holt-Kortessem. [De commanderij alias het kasteel van Ordingen werd de afgelopen decennia vakkundig gerestaureerd en zou in het voorjaar 2020 als hotel-restaurant openen; de kronenpest heeft deze feestelijke opening wat vertraagd.] Zo werd de site Holt-Kortessem een aan Alden Biesen ondergeschikte cijnshoeve. (Foto midden: toestand Holtsite op Ferrariskaart, ca. 1775) Holt is als hoeve (grotendeels in vakwerk) blijven bestaan tot in het interbellum (1918-40). Na de Tweede wereldoorlog werden de grachten en vijvers van de voormalige commanderij volgestort met huisvuil en andere rotzooi; zodoende verdwenen de laatste landschappelijke getuigen van de historische Holtsite. Deze laakbare praktijken vonden tijdens de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog plaats op tientallen plaatsen in Vlaanderen. Volgens een recent project van gescheiden riolering wil de gemeente Kortessem in loco Holt een opvangbekken voor ‘zuiver oppervlaktewater’ creëren. Tegen dit misdadig plan heb ik een gemotiveerd bezwaarschrift ingediend omdat enerzijds deze site door het ongesorteerde huisvuil van weleer zwaar verontreinigd is en anderzijds deze ingreep een uitgelezen kans is om de Holt-commanderijsite van weleer te rehabiliteren en weer zichtbaar te maken. TROCHAS 2020 kan hierbij advies verlenen. Deze site ligt me immers nauw aan het hart … ze behoort immers tot de actieradius van mijn jeugdherinneringen. Wil je je vergewissen van de stand van zaken op de voormalige commanderijsite Holt-Kortessem, neem dan vanuit de Kapelstraat de veldweg langs het voetbalplein; ter hoogte van de S-bocht ca. 200 meter verder bereik je de Holt-site: thans weilanden. Deze natuurlijke laagte in het brongebied van de Vloedgracht was de geografische site van de voormalige Holt-commanderij. Diverse bronnen –ik heb ze met eigen ogen ooit zien opborrelen!– voorzagen de grachten permanent van water.

De tumulus van Berlingen-Wellen

Tumuli zijn cultuurhistorische aanknopingspunten uit het Gallo-Romeins verleden (1ste -5de eeuw) van Haspengouw. In de wijde omgeving van Tongeren, in Vechmaal, Horpmaal, Gutshoven en Montenaken sieren een dozijn dergelijke grafheuvels het microreliëf van het landschap. Ooit ‘golfden’ in Haspengouw veel meer tumuli; heel wat zijn in vervlogen tijden geplunderd, genivelleerd en uit het landschap weggewist. Zo ook in het Tomveld, een aloude begraafplaats, te Berlingen (Wellen). Deze site werd in 1968-70 archeologisch onderzocht. Bij de talrijke grafgiften –een veertigtal meestal ongeschonden en gave stukken– was de invloed van de Romeinse cultuur zeer duidelijk, o.a. een tiental gestempelde kommetjes en schotels in terra sigillata. Deze aardewerktechniek werd door de Romeinen in onze streken geïntroduceerd. Verder vond men –naast een mesje, een beitel en een schaar in ijzer of brons–enkele uiterst gespecialiseerde instrumenten zoals een passer en een vouwbare meetlat. Dit meetinstrument was gebaseerd op de Romeinse ‘voet’ (29,5 cm) en onderverdeeld in Romeinse ‘duimen’ en ‘vingers’. Was de aflijvige misschien een landmeter? Vast staat dat het een man betrof omdat er ook wapens (een ijzeren lanspunt en een bijltje) op zijn tocht naar het hiernamaals meegegeven werden. Verder trof men ook voorwerpen van inheemse makelij aan zoals gekleurde flesjes, lampjes, steelpannetjes, kruiken, bekers en teerlingen. Een aantal van deze voorwerpen zijn tentoongesteld in het Gallo-Romeins museum van Tongeren. De verdwenen landmeter-tumulus van Berlingen –ter plaatse herinnert niets aan zijn bestaan!– ligt thans onder een fruitplantage en is vanuit de Langstraat via de Bostraat te bereiken. Een informatiebord zou welkom zijn!

De bietentram

Tussen ±1880 en 1957 werd Vlaanderen in het algemeen en Haspengouw in het bijzonder dooraderd met een fijnmazig netwerk van tramwegen voor zowel personenvervoer als transport van (agrarische) goederen. Noem het gerust een noodzakelijke infrastructuur in het kader van de industriële omwenteling. Dit netwerk werd in ijltempo afgeschreven en ontmanteld na het kantelmoment ‘1958’ en vervangen door andere verkeersaders (snelwegen, expreswegen) en vervoersmiddelen (lijnbussen). Zo was er indertijd de ‘bietentram’ tussen Kortessem in het noorden en Oreye in het zuiden. De benaming van deze ‘verbinding’ laat niets aan de verbeelding over: hij vervoerde suikerbieten uit de Haspengouwse (zand)leemgronden naar de suikerfabriek van het Waalse Oreye. Op deze lijn lagen o.a. Vrolingen, Wellen, Borgloon, Bommershoven, Heks (foto onder: voormalig bietenspoor nabij Monikkenhof) en Horpmaal. Welnu, dit spoortraject is slechts op enkele plaatsen vervaagd of geheel verdwenen. In de innoverende visie van TROCHAS 2020 stel ik voor dat het tracé van de bietentram opnieuw rijvaardig en –waardig gemaakt wordt voor een (stoom)tram … met zonnepanelen en mini-windmolentjes. Een dagvullend ritje met geregelde ‘stops’ en ‘bezoeken’ zou een ideaal instrument zijn voor de leraar geografie om het landschappelijk onderscheid tussen de drie Haspengouwse substreken –Vochtig-Haspengouw, de Fruitstreek en Droog-Haspengouw– op een bevattelijke manier aan te tonen. Daarnaast kan de herboren bietentram fungeren als een onthaastend transportmiddel voor dagtrips met langs het parcours heuse ‘attracties’ zoals het kersverse “Fruitbelevingscentrum  Stoomstroopstokerij ”aan het ‘station’ van Borgloon. Tijdens de weekends en schoolvakanties rijdt de tram dagelijks geregeld heen en weer en kunnen individuelen en gezinnen de Haspengouwse charmes op een originele manier beleven. Waarom nog langer talmen om het Haspengouws landschap terug te geven waar het recht op heeft … een originele ontsluiting op mensenmaat én met een cultuurhistorische dimensie. GEWOON DOEN.

Lapis, mors-abolescens.
7 mei 2020


Scroll to Top
Scroll to Top