De schrijver wordt 'beschreven'

4 april 2021 Kortessem 1444

Tijdens één van de nachten waarop ik het schaapjes tellen beu was, kreeg ik plots een idee. Pierre heeft bijna zijn hele professionele loopbaan geschreven voor anderen, wat als de ‘anderen’ nu eens iets zouden schrijven over/voor hem. Ik mailde vrienden van vroeger en nu en stelde hen mijn idee voor. De respons was overweldigend, waarvoor hartelijk dank en terwijl ik gewoon een ‘tekstje’ vroeg stuurden velen me een heus epistel. Blijkbaar wist men veel te vertellen, een goed teken niet? Het integraal overnemen van alle teksten was bijgevolg niet aan de orde. Daarom zijn delen van alle teksten verwerkt in de blog. Om de privacy te respecteren worden de namen van de auteurs bij hun respectievelijke teksten niet vermeld.

Geniet van deze jubileumblog waarin de vader van het geotoerisme en de geogidsen ‘beschreven’ wordt door zijn vrienden en lezers. En voor wie de wenkbrauwen fronst bij het lezen van de naam ‘Pirre’, wel dat was zijn Leuvense naam ’pour les intimes’.

Met héél veel dank aan allen die de tijd namen om voor Pierre te schrijven (in willekeurige volgorde): Camiel Smets, Benny Gelade, Etienne Paulissen, Jan Peumans, Jan Leonaers, Myriam Roosen, Carlo Jengember, Johnny Cloesen, Marleen Oris, Liliane Pieters, Jean-Pierre Hermans, Luc Dullaers, Ludo Wevers, Anne-Marie Van den Bussche, Paul Dello, Walter Boon, Theo Luyckx, Roger Haest, Rik Martens, John en Angeliek de Lisle, Jean en Cati Poesen-Cremer, Peter en Micheline Vanderhallen-Lambrechts, Willy-Paul Carlier, Rene Crauwels en Arsène Corthouts.

1. Leuven, zijn studententijd 1970 – 1974

- Het lot zorgde ervoor dat Pirre dik 50 jaar geleden één van de eerste mannen van ons jaar was die ik leerde kennen.  Hij zat namelijk net als ik op kot in “de Just” in de Minderbroedersstraat. In die tijd bekend als zowat de strengste universitaire pedagogie van de KUL, fuik waar vooral eerstejaars inzwommen. Kanunnik Smedtje zwaaide er de plak, en het Justus Lipsius-instituut, zoals het officieel heette, was ook berucht omdat het vrouwelijk geslacht er nooit verder dan de inkomhal of een klein bewaakt gesprekslokaaltje geraakte.  Ze waren in het begin der zeventiger jaren namelijk nog een te mijden soort voor de nijvere mannelijke student. Na een jaar hadden de meesten die boodschap ondertussen begrepen, en zwermden uit naar minder strenge oorden. Pirre en ikzelf waren echter brave zielen en hielden het er ook een tweede jaar vol.  Omdat er maar 9 of 10 jongens het eerste jaar geografie volgden, was het dus puur toeval dat we met zijn tweeën op de Just belanden. Pirre was een serieus en ernstig student, die alle avonden vele uren voor zijn boeken zat. In de examenperiode studeerde hij dikwijls zelfs halve nachtjes door om vervolgens heel zenuwachtig en met weinig zelfvertrouwen aan het mondeling examen te beginnen.  Achteraf viel het allemaal beter mee dan gevreesd, zodat herexamens niet aan hem besteed waren. Wat me ook bijgebleven is waren de smeuïge verhalen die hij opdiste over zijn collegetijd, op het klein seminarie in Sint-Truiden.  Hij zat daar op internaat, en wat hij daarover vertelde, leek voor mij, Antwerpenaar, een duik van minstens 30 jaar terug in het verleden.  De geest van het tweede Vaticaans concilie had er duidelijk nog niet geschenen. Omdat zowel op het Klein Seminarie als in de Just in Leuven meiskens een te mijden soort waren, duurde het tot Pirre’s doctoraatsjaren vooraleer hij met Marleen de ware vond. Voordien werden tijdens lange gesprekken nochtans de diepere gronden en de plussen en minnen van heel wat potentiële kandidaat-lieven in klein comité op de weegschaal gelegd en bediscuteerd. De visvijver bij uitstek waren de meisjes van de mercatorkring. Alhoewel elk jaar er een nieuwe lichting vis bij kwam was het vijvertje toch niet erg groot. Bij het avondeten in de Just kwamen ook een aantal porren uit biologie en apotheek meerdere keren als gespreksthema op tafel.   Dat waren grotere richtingen die in die jaren door vrij veel meisjes gevolgd werden. Maar Pirre was op vlak van leggen van contacten tamelijk timide en als blokbeest ook de man niet die regelmatig de T-dansants afschuimde.  Het resultaat van dat alles was dat hij in 1974 als geograaf afstudeerde zonder vast lief en we hem af en toe moesten opbeuren door te verzekeren dat hij niet moest wanhopen en er op ieder potje wel een dekseltje zou passen.

- Bij Hugo Poppe hadden we geen examen. We moesten wel een paper indienen; Ik meen dat je een paper gemaakt had over de vliegsnelheid van een duif. Waarom? Ik hoef niet ver te zoeken: je vader was een uitstekend duivenmelker. De uitspraak van wijlen Willem Grillet “de verschuivende betrokkenheid” heb je nog vele malen herhaald, maar ik heb weinig van zijn lessen begrepen. Weet je nog hoe we tijdens ons eerste kerstfeestje van Mercator op de tonen van “ich bin der babysitter von der ganzen Stadt” van Ralf Bendix (zoek maar eens op YouTube) ons nummertje opvoerden?

- Ik herinner me jouw prachtige tekening van de spin bij het examen bij prof. Koch. Die verdiende zeker een onderscheiding. Hoe we samen in de Blijde Inkomstraat de formules van capita selecta van onze lieve prof. De Ploey ontcijferden. Hoe onze moeders elkaar troffen op de half time receptie en je ontmaskerd werd als de gezonde, gewone, Limburgse jongen.

- Waar, wanneer en hoe ik jou in Leuven heb ontmoet weet ik niet meer, maar je viel me wel op. Grote forse gebruinde kerel met pikzwart haar dito bril. Je had, boekentasje onder de arm, een smakelijke lach en een pittig Limburgs accentje. Voor mij, die uit de hoofdstad komt, eerder ongewoon. Brossen deed je weinig of niet. Ik kan het weten vermits ik ook steeds in de les zat. We leerden elkaar het best wel kennen via de excursies. Onze eerste grote uitstap richting Aarlen was dan ook meteen een voltreffer. Ik poetste je brilglazen (remember?!) en het landschap verscheen in al zijn glorie. Je genoot met volle teugen, letterlijk en figuurlijk. Ja Pirre, een goede pint lustte jij wel en het liefst uit een groot Stella glas hoewel je een ‘calleke’ zeker ook nooit afsloeg. Jij hebt onze bezoeken aan de brouwerijen Cristal Alken en Chevalier Marin alle eer aangedaan. Of weet jij dat niet meer?

- De eerste gedachte bij het verzamelen van mijn herinneringen aan de Pirre was, vreemd genoeg, een beeld van hem in voetbaltenue. Met de studentenkring Mercator deden wij mee aan een competitie van studentenkringen. Ik geloof niet dat er een lijn te vinden was in onze uitslagen. Een constante was echter wel de aanwezigheid van de Pirre. Hij stond als een rots in de branding in de verdediging en hij deed dat met heel veel plezier. Pirre kon heel hard sjotten en veel harder lopen dan je zou denken. Verder was de Pirre bijna bij alle activiteiten van Mercator aanwezig maar op een rustige onopvallende manier. Ik denk daarbij aan het kerstfeestje, cantus, thé dansant , kringuitstappen en dergelijke. Pirre zat een jaartje hoger dan ik en al snel vormde zich bij mij het beeld van hem als een heel serieuze, oerdegelijke ideale student. Het verbaasde dan ook niemand dat Pirre de kans kreeg om te doctoreren.

- Elke morgen at je spek met eieren, zei je. Kon ik bijna niet geloven, maar het werd bevestigd door de anderen. Zo word je natuurlijk groot en sterk! Ik vraag me stiekem af of je dat nog altijd doet? Hoe dan ook, er is niets mis met graag en smakelijk eten.

- Pirre, je blijft waar je de eerste stappen zette. Ook als student bleef je tot op het einde in Justus Lipsius (mooie omgeving, maar strenge regels), ook al ontvluchtte Walter de peda na twee academiejaren. Hoe dikwijls heb ik je laten inslapen op mijn kot wegens het (te vroege) sluitingsuur van je peda? (Later was ik ook je kamergenoot op de Blijde Inkomststraat.) We waren veel samen in die periode, in lief en leed. Sommige projecten deden we samen: zoektocht halftime door Leuven, de LP show voor Mercator (L(udo)P(irrre)show, samen in het presidium, jij vice-praeses, ik redacteur van het kringblaadje ’t is maar een woord. We waren kamergenoten op verschillende excursies, volgden dezelfde vakken en hadden dezelfde promotor (Prof Gullentops), en waren beiden ook Limburger. Ik herken mij een stuk in jou.

2. 1974-1980: assistent aan de KUL

- In 1975 gaf je de oefeningen fysische geografie in de Mercatorzaal. We moesten fysisch geografische begrippen uitleggen aan elkaar. Niet simpel, want we moesten nog thuiskomen in de Engelse wetenschappelijke terminologie. Ik ben vergeten of je ons liet inkleuren, een geliefde opdracht in vele oefenzittingen. Daarna volgden de licentiejaren met de oefenzittingen in het “laboke”, de seminaries met prof. Gullentops, de studiereizen naar de Vogezen, de Boulonnais en de Illervallei, en de vele babbels op de eerste verdieping en bij de koffie in ‘t refterke. In het eerste bureau van de gang was je het aanspreekpunt voor Gullentops (Pirre !!!), de juffrouw en Georges, en wij, de thesisstudenten. Ik was in mijn laatste licentiejaar en als beginnend assistent in 77-78 meermaals je compagnon de route bij het bemonsteren van veenpakketten in jouw vallei. Het sleuren met de buizen en de drilboor was een titanenwerk. We hadden helaas een promotor met veel “wilde” ideeën en fantasieën maar weinig realiteitszin. Die wilde ideeën van Gullentops boden ons in 1978 en 1979 wel de kans om Scandinavië te ontdekken. Een jaarbeurs om te studeren in Finland mocht hij opsplitsen in korte verblijven voor meerdere studenten en assistenten. Hij stuurde ons zo voor een veldwerkstage naar Kuusamo – Lohiranta in Fins Lapland. We rekenden op ondersteuning door Gullentops maar hij gaf helaas forfait voor het INQUA-congres. Als volleerde discipel nam jij dan maar je verantwoordelijkheid om het internationale gezelschap rond te leiden doorheen ons onderzoeksgebied aan de hand van jullie geomorfologische kaart. De Europese geomorfologen mogen rondleiden, met hen ook andere excursies doen en hen laten zweten in de sauna, het was voor ons allen een bijzondere en verrijkende ervaring.

- Toe wij in 1974 in Leuven aan onze carrière als geograaf in spe begonnen bestond bij ons al vlug de indruk dat je uit Limburg moest komen om te mogen doctoreren. Al onze fysische oefeningen werden ons door Limburgers bijgebracht; het gaf mij een, toen nog niet zogenoemd, “Limburggevoel”. Cartografie van Ludo Wevers, erosiebestrijding van Jeanke Poesen maar vooral de fysische oefeningen van jou zijn me sterk bijgebleven. Van deze oefeningen hebben de vele grondboringen in jouw studiegebied en mijn achtertuin, een diepe indruk nagelaten. Samen het camionnetje in en maar boren en onderzoeken op zoek naar?????, was voor mij op dat moment eerder bijzaak, praktijk was zoveel fijner dan die stomme theorie.

- Tijdens je doctoraatsonderzoek zie ik je nog zitten in één van de lokalen op de eerste verdieping in het Instituut Aardwetenschappen Redingenstraat: dag na dag zaden uitsorteren, determineren en interpreteren. Daarna tekenen en schrijven. Maar er moest natuurlijk eerst geboord worden. Honderden boringen hebt je geplaatst met een smalle gutsboor in de Mombeekvallei. Bij één boor experiment was ik erbij: het testen van een zelf ontworpen boor. De ambitie was groot: ongeroerde monsters doorheen het alluviale pakket tot op het tertiair met een stalen boor van 1 m lengte en 10 cm diameter waarin een plastieken casing; in de bodem gedreven door een trilhamer aangedreven door een elektrische motor op basis van mazout. Alles ging uitstekend totdat we 2° casing uit de boor moesten duwen: alles zat geblokkeerd. Ten einde raad probeerden we het geheel los te trillen nadat we het boorsysteem in een van de gaten van een betonnen elektriciteitspaal hadden proberen te klemmen. Een beeld dat ik nooit zal vergeten. Het was heel stil in de Bedford toen we terug naar Leuven reden.

- ‘Mais ou sont les neiges d’antan.’ Bijna 600 jaar geleden heeft ene F. Villon deze zin bedacht. Zolang gaat onze eerste ontmoeting niet terug, maar het is toch al 47 jaar geleden.  Het was half mei 1974 toen ik in de Redingenstraat binnenstapte om op de afdeling geografie van professor Gullentops het project Noordzee te ondersteunen.  Het was het begin van een heel leuke periode.  2 Limburgse studenten en leeftijdsgenoten - jij en Ludo Wevers- waren de aangename verrassing.  Samen beleefden we een fantastisch anderhalf jaar. Onze dagelijkse middaguitstapjes naar de Alma met daarna het verplichte bezoek aan Fouad in de Wink durfden wel eens uit te lopen zodat we tegen 15. 30 uur nog net op tijd konden aansluiten bij de koffie, plichtsgetrouw gezet door Georges Notré.  Er waren ook de onvergetelijke uitstappen met Jef Vandenbergh om de dikte van grindlagen te meten.  Weet je nog dat we in het Limburgse Maasgebied logeerden in een bungalowpark dat voor de rest gesloten was.  Na onze dagtaak waren we dan ook ‘verplicht’ om de plaatselijke horeca te verkennen, iets te gaan eten en daarna uiteraard nog iets te drinken in een café onder de kerktoren.  Mijn meest levendige herinnering situeert zich in een Waals boerendorpje.  We mochten in een weide metingen doen maar waren niet alleen: aan de andere kant, zo een 200 meter verder op, stonden een 50-tal koeien te grazen onder supervisie van een kolossale stier ’Le Gris’.  Ik hoor de boer nog zeggen ‘Attention pour Le Gris, il est méchant’.  Nog voor de elektrodes en kabels goed en wel uitgerold waren, kwam hij gevaarlijk snel onze richting uit.  Lang hebben we niet getwijfeld, we sprongen in de jeep en waren net op tijd buiten de omheining om Le Gris niet persoonlijk te leren kennen.  Gelukkig was er toen in elk boerengat een café waar we wat konden bekomen.  Twee uurtjes later met Le Gris terug aan de andere kant van de weide hebben we snel de elektrodes en kabels opgehaald en zijn terug naar Leuven gereden.  Ik denk dat ze op die plek nooit grind ontgonnen hebben. En dan was er ook project Noordzee.  Prof. Gullentops was zelden op tijd met zijn rapporten over het zeewateronderzoek.  ‘Plots’ kreeg hij een deadline waardoor iedereen die een kleurpotlood kon vasthouden dagen aan een stuk kaarten van de Noordzee moest inkleuren: de universitaire kleuterklas van de Redingenstraat. Gelukkig konden we tijdens het kleuren wat zeveren en moppen vertellen.

- Eind jaren 70.  Pirre bereidde een proefschrift voor bij wijlen Prof. F. Gullentops terwijl ik dat deed bij wijlen Prof. J. De Ploey.  Alhoewel het water tussen beide professoren erg diep was, hadden Pirre en ik regelmatig contact en leerde hij zijn toekomstige echtgenote Marleen (ook werkzaam bij Prof. J. De Ploey) kennen. Voor zijn onderzoek kamde Pirre met de Bedford van het labo de vallei van de Mombeek uit. Hij heeft die vallei letterlijk en figuurlijk doorgrond en zo de Holocene evolutie van een stukje Haspengouw uit de doeken gedaan.

3. 1981-2021: schrijver, uitgever, gids en Haspengouwer

- 1980: het was een periode met een hoge werkloosheid en weinig opportuniteiten voor geografen, laat staan voor doctors in de geografie met specialisatie quartair geografie. Jij zocht en vond een weg om jouw passie voor Haspengouw te vertalen in je werk. Als BTK-er bij het Commissariaat Generaal voor toerisme, bij de Blauwe Vogel en later als zelfstandig auteur en uitgever verwierf je bekendheid met je geogidsen. De volledige reeks staat nog steeds in onze boekenkast. In die hoedanigheid ontmoetten we elkaar terug in het begin van de jaren ’90 bij de uitgaven van Noorderkempen en Oosterkempen, jij als auteur en ik als toerisme coördinator en go between tussen jou en de opdrachtgever.

-Studiereizen voorbereiden en uitwerken is voor een leerkracht een hele opdracht en ook hier heb ik heel wat gehad aan jouw geogidsen, zij waren de ideale basis voor het maken van een goede studiereis, waarin niet alleen de fysische maar ook alle andere deeldomeinen van ons vak maar ook andere vakken aan bod kwamen en komen.

- Toen we begin jaren 80 van vorige eeuw van de Kempen naar Haspengouw verhuisden was dit een geografische streek in het zuiden van Limburg gekend voor zijn fruit. Niet meer. Tot ik de allereerste Geogids, nog uitgegeven met de steun van de Blauwe Vogel, over Kortessem in handen kreeg. Het was een boekje met een karrevracht aan informatie: geografisch, toeristisch, geschiedkundig, recreatief. Later tijdens een van de vergaderingen van het VVV leerde ik zijn auteur Dr. Pierre Diriken beter kennen. In de loop van de jaren werd mijn respect voor zijn persoon alleen maar groter. Zijn visie op Haspengouw was een totaalvisie, niet bekrompen of afgebakend door een of ander achterliggend commercieel idee. Pierre kon dan ook niet goed om met de overkoepelende Toerisme-Limburg-mentaliteit. Het geotoerisme kreeg plots een heel andere invulling. Toerisme werd ingevuld als een vorm van zachte recreatie waar de bezoeker als wandelend en fietsend Haspengouw aan den lijve moest onder vinden, weg van alle drukte. Pierre stond er dan ook op om de bezoeker op een eenvoudige maar deskundige manier te informeren over de geschiedenis, historisch en geografisch. Bij openmonumentendagen hebben we ooit, onder impuls van Pierre, ons als gids in een plunje gestoken daterende uit tijd dat het kasteel ontstaan was. We zijn dan met z’n allen naar Tongeren getrokken om de kledij te gaan kiezen en passen. Omdat Pierre nogal een struise gast was, was er niet dadelijk iets wat paste. Na veel lachen had hij dan eindelijk de passende outfit gevonden. Tijdens deze “hoogdagen” van het VVV kwamen er telkens meer dan 4000 mensen naar Kortessem afgezakt om een gidsbeurt mee te maken. Later als voorzitter van de VZW Toerisme was Pierre altijd bereid om zijn steentje bij te dragen, teksten voor de toeristische folder, het uitstippen van een wandeling. Altijd konden we beroep doen op Pierre.

-Onze wegen kruisten mekaar begin van de tachtiger jaren van vorige eeuw in de nieuw opgestarte V.V.V.-Kortessem waarvan ik tot voorzitter werd gebombardeerd en in u Pierre - als doctor in de geografie en stamvader van het geotoerisme in Vlaanderen - een encyclopedie van toeristische kennis als steun kreeg. U waart een godsgeschenk voor een opstartende vereniging in een streek waar de toeristische cultuur nog in zijn babyschoenen stond. Door uw geogidsen, zwaar ondergewaardeerde schrijfsels in Vlaanderen, had gij als een geweldige bagage in uw toerische rugzak, waarvan wij dan weer mee mochten genieten. Pierre gij schreef ook 5 monografieën die in geen enkele haspengouwse woonkamer zouden mogen ontbreken. Pierre , gij zijt als een Haspengouws trekpaard dat de Vlaamse velden heeft doorploegd, doch onderbelicht en ondergewaardeerd bleef, maar daarom niet minder hoogstaand zijt.

- Pirre, je hebt hard gewerkt, op je eentje, zoveel is zeker. Je hebt veel mensen geïnterviewd, contacten gelegd veel geschreven, alles van a tot z, hele mooie foto’s gemaakt (ook Marleen), duidelijke grafieken en eigen kaarten getekend, …  Je kreeg een grote waardering voor je vele en harde werk maar sommigen zijn vergeten dat te zeggen. Wat jij, Pirre, schrijft in 1 monografie daar kunnen toeristische journalisten enkele seizoenen van een krant mee vullen. Alles werd opgeslagen in een monografie die aan (bijna) kostprijs werd verkocht. (Wat te goedkoop is verkocht, wordt vaak niet naar waarde geschat?).

- Weet gij nog wanneer wij elkaar de eerste keer hebben ontmoet? Dat jaartal weet ik niet meer, maar voor u is dat wellicht (ook) weer geen probleem: uw eerste deelneming aan de boekenbeurs in Antwerpen. En sindsdien ieder jaar opnieuw, al uw voormalige boekenbeursjaren. Telkens een gezellige babbel, telkens minstens één uitgave gekocht, maar telkens ook weer mijn vervelende maar blijkbaar niet zo realistische vraag: wanneer eens een Georeto-gids over Bolderberg?

- Van Ridderborn weet hij zoveel meer dan John en mij. Ik leer altijd bij als hij langs geweest is met een nieuwe inburgeringsgroep of gewoon als gids voor belangstellenden…..hoor altijd weer nieuwe zaken. En dan herinner ik me ook de boekpresentatie op Printhagen in die grote tiendenschuur. Hoeveel vernissages heeft hij al wel niet gehad? Nou heb zijn boeken in ieder geval allemaal en gebruik het als naslagwerk, waarschijnlijk ben ik niet de enige maar hij is wel de enige die dit allemaal bij elkaar geschreven heeft. Ik weet nog dat we hier net woonden en ik heb alle geoboekjes gespeld uitgelezen. We kwamen natuurlijk uit Nederland en de cultuur en geschiedenis van de Haspengouw interesseerde me heel erg en mijn honger daarover is gestild door zijn gidsen….

- Jaren geleden begonnen met wandelen in ons mooie Haspengouw en al vlug ontdekken we de Geogidsen van Pierre, een bron van informatie! Alhoewel we Pierre toen niet persoonlijk kenden waren we ervan overtuigd dat hij een hart had voor Haspengouw, en eigenlijk door hem hebben we onze liefde voor Haspengouw ontwikkeld. Na verloop van tijd leerden we Pierre persoonlijk kennen, dat was voor ons een verrijking en zo ontstond en vriendschap met Haspengouw als gemeenschappelijk vlak. Wij mochten aanwezig zijn bij de voorstellingen van zijn nieuwe serie Haspengouwse monografieën. Hier beschrijft Pierre nog beter de geschiedenis van Haspengouw, Pierre is jaren onze gids door Haspengouw geweest en nog steeds, onze vriendschap en onze liefde voor ons Haspengouw bindt ons. 

- Pierre doet me denken aan het in praktijk brengen van het boek Wandelenderwijs: sporen in het landschap, geschreven door de Nederlandse filosoof Ton Lemaire.  De wereld verkennen aan het tempo van de wandelaar. Spring ergens een toerismebureau in Vlaanderen binnen, gereide kans dat één van de Geogidsen klaarligt om uw wegwijs te maken in de gemeente die u wenst te bezoeken. Meer nog, meestal bieden de gidsjes de meest uitgebreide informatie in tegenstelling met de glitterfolders. Nee, Pierre weet dat een gemeente een complex gegeven is die uitleg behoeft. Uiteraard speelt hij zijn kennis uit als aardkundige waarmee hij met de geologie van de te verkennen plaats, mee begint. En hier volgt nu de sterkte van Pierre, hij haalt er diverse aspecten bij die een holistisch beeld van de gemeente geven. Holisme, is ongewoon, al zeker in de toeristische wereld. Feitelijk was hij één van de eersten bij ons die het cultuurtoerisme ging uitbouwen - alleen, maar vastberaden. Zijn Haspengouwse koppigheid heeft ervoor gezorgd dat we nu voor veel Vlaamse dorpen en steden een goede startbasis hebben om deze te ontdekken. Zelf ben ik blij dat hij aan de hand van steeds kleurrijker en duidelijker plannetjes de nieuwsgierige zoeker naar cultuurhistorie een prachtig instrument heeft gegeven.

- Het eerste contact met u Pierre gaat een dertigtal jaren terug in de tijd. Wij deden een zoektocht in Heuvelland. Een vraag over een heilige in een van de deelgemeenten konden we niet oplossen.Via de geogids Heuvelland nam ik telefonisch contact op met Pierre Diriken Dr. in de geografische wetenschappen ergens in het Leuvense. Ik wist toen niet dat Pierre een Limburger was. Hij kon me de oplossing niet geven, maar ik zou best contact opnemen met de pastoor van die bepaalde parochie. Deze gaf me wel een antwoord. Nadien bleek het foutief te zijn. Maar ja, pastoors zijn ook niet onfeilbaar. Met jou als bekwame gids hebben we prachtige wandelingen gedaan in het Hageland en vooral in jouw geliefde Haspengouw. Op je flyer werd altijd de afstand weergegeven. Maar uw meter leek elastisch te zijn; het waren altijd veel meer kilometers. Dat werd dan goedgemaakt met een lekkere broodplank in ’t Raedthuijs of een gezellige nababbel op een of ander terras.

-Wanneer je dan nadien de schrijvers- en uitgeverswereld instapte vond ik het als leerkracht bizonder fijn om gebruik te maken van jouw geogidsen. Deze van Bornem interesseerde me in het bijzonder. Als gids voor de fietsexcursies op de Schelde- en Rupeldijken , was dat voor mij ‘gesneden brood’Ondertussen heb ik me de hele collectie aangeschaft. Ze pronkt op mijn boekenrek. En wil je geloven hoe ze nu, in deze Corona/wandeltijd, terug dankbaar ter hand wordt genomen?

- Ik heb ze allemaal vanaf het eerste nummer tot de laatste vijf schitterende monografieën over Haspengouw. Gewoon top! En ik was niet weinig fier op 23 juni 1993 bij de presentatie van de eerste  geogids Riemst. Jij schreef: Beter laat dan nooit!  Tien jaar later kregen wij een” andere” geogids over Riemst die in feite qua inhoud veel heel overeenkomsten had met de editie 1993. M.a.w. gidsen van U blijven mee gaan, zijn consulteerbaar en vooral zeer verklarend voor wat je wil weten en….zien. Ze hebben geen beperkte houdbaarheidsdatum. In november 2017 kregen wij dan het laatste creatieve product: "Een kijk op het verleden van Haspengouw." Wie Limburg beter wil kennen en begrijpen op cultureel, historisch en landschappelijke vlak: één adres! De maker bedenker van deze fantastische reeks. Ze staan bij mij in het boekenrek. En ik raadpleeg regelmatig en de geogidsen en de vijf monografieën.

- Voor velen is het rode boekje niet onbekend en voor sommigen was het zelfs verplichte lectuur. Met alle Chinezen, maar niet met den deze. Geef mij maar die handige blauwe boekjes… Net zoals bij jou, Pierre, is mijn interesse voor cultuur, natuur, toerisme enz. een rode  draad -daar heb je toch dat rood weer J-  doorheen mijn leven. Kennis en liefde meegeven aan anderen in verband hiermee geeft enorm veel voldoening. Maar waar haalt een mens al deze informatie? Sommigen gaan alles opzoeken, bestuderen en bij elkaar schrijven. Een heel nobele daad. Waarom zou ik dan zelf het kokend water nog willen uitvinden als iemand zich zo ingespannen heeft om de nodige informatie op een overzichtelijke en verstaanbare wijze te boek te stellen? Voor mij waren jouw Geogidsen dan ook van onschatbare waarde, omdat ze zeer bruikbare informatie bevatten. Een soort van basis waarop ik dan steeds verder kon bouwen.  Later werden ook je Haspengouwse monografieën aan mijn boekenrek toegevoegd. Je begrijpt dat ik steeds dankbaar gebruik heb gemaakt en nog maak van jouw levenswerk.

- Pierre is een geschiedkundig en archeoloog/geografisch genie. Uitgegroeid tot een Haspengouws monument in zijn vakgebied is hij steeds de bescheiden en aanspreekbare Meneer gebleven die zijn loopbaan bij mij begon na tussenkomst van de toenmalige Secretaris-Generaal voor Toerisme. De éérste Blauwe Vogelgids handelde over de Trudostad en werd meteen op twintigduizend exemplaren gedrukt. Onze onervarenheid werd gelukkig gered door het immense succes van deze Geogid . Doctor Diriken en mijn ambitie “Haspengouw” te behouden en verder te promoten vulden elkaar wonderwel aan. Het is dankzij Pierre dat ik erin slaagde de naam en het begrip Haspengouw, dat volledig afgestorven was, terug op de kaart en in de belangstelling te brengen.

- Af en toe ging ik bij Boekhandel Van Sande in Herentals het aanbod aan nieuwe boeken bekijken. Er was vaak iets interessants te vinden. Plots stootte ik op de Geogidsen. De boekhandelaar bekeek mij onderzoekend toen ik een aantal gidsen kwam afrekenen. “Kent u die publicaties?” Mijn bevestigend antwoord met de aanvulling dat de auteur een jaargenoot was, lokte bij hem een glimlach uit. “Ah, die meneer, die zelf zijn boeken binnenbrengt. Een heel gedreven man, chapeau!”. Ik ben nog meerdere malen teruggekeerd. Bij een bezoek aan Hasselt ging ik met dezelfde bedoeling in de Standaard Boekhandel een kijkje nemen. Het was plezant om zijn werk er terug te vinden.

4. Leeruitstappen in Haspengouw

- Op 19 april 2007 vertrok je samen met mijn leerlingen van het zesde jaar en mij voor het eerst op leeruitstap in Haspengouw. De inleidende uitleg gebeurde toen nog in open lucht maar we hadden dat jaar geluk met het weer. In de loop van de volgende jaren wilde dat laatste nogal eens variëren. Alles hebben we op weervlak meegemaakt: felle rukwinden (die voor geweldige kapsels zorgden) , regen en ja, ook eens een ware hittegolf met allemaal verbrande neuzen tot gevolg. Vaak kreeg ik van leerlingen achteraf de vraag hoe het toch kwam dat iemand van “die leeftijd” (sorry Pierre maar voor jonge mensen lijken wij allemaal oud) nog zo enthousiast kon praten over landschappen. Zelfs al waren ze niet zo geïnteresseerd in aardrijkskunde, voor je gedrevenheid hadden de meesten wel bewondering en respect. Je hebt ook een aantal leerlingen mee geïnspireerd om aan een studie geografie te beginnen en voor sommigen van hen al met succes af te ronden. Ik ga onze jaarlijkse uitstap missen, Pierre, en zeg nu zelf, wat is er leuker dan op het proefwerk te kunnen vragen wat “een lomperik” is.

- Zo heb ik met enkele van mijn klassen de Haspengouw-excursie gedaan die Pirre aanbood. Als je een voorbeeld wil van hoe een ideale excursie er moet uitzien is het heel simpel, schaf je die excursiebundel aan en nodig de Pirre uit.

5. En nu? Lapis, mors-abolescens!

-  En je blijft niet stil zitten. Je blijft schrijven. In je blog over Haagsmeer pleit je voor het behoud van het historisch erfgoedlandschap. Eigenlijk is het een pareltje van regionale geografie, zoals wijlen Prof. De Ploey het zou gewild hebben. Ik ben alvast fan! Ik wens Lapis, mors-abolescens nog veel vruchtbare jaren!

- De Pierre, die ik heb leren kennen via Toerisme is een man met een groot hart, een hart dat klopt voor zijn Haspengouw en dan ook voor de streek door een vuur zou gaan. Een man die ook, zoals velen, ontgoocheld werd door de kortzichtigheid van officiële instanties, een man die moest ervaren dat je geen zand in eigen land zijt, maar streek niet kan loslaten. De tijd van de geogidsen, de monografieën over Haspengouw liggen achter de rug. Maar Pierre zit niet stil. Door de blogs voel ik nog steeds de hartenklop van de fiere Haspengouwer.

- Ongeveer 1 jaar geleden ben je gestart met je blog-rubriek “Haspengouw overleeft” dat ik met veel interesse lees. Maar: alhoewel ik latijn heb gestudeerd blijkt mijn kennis ervan toch niet voldoende om je pseudoniem te begrijpen ‘Lapis, Mors-abolescens’. Bij onze eerste ontmoeting moet ge me dat toch eens uitleggen. Als ik het geheel overschouw, dan is de conclusie duidelijk: je hebt altijd heel hard gewerkt om je droom te verwezenlijken, maar je waart verstandig genoeg om geleidelijk af te bouwen: van gidsen naar boeken, en daarna naar je blog. Hoe moet het verder na de 70? Ik raad je rustig aan verder te doen zoals je bezig bent. Als je graag schrijft, blijf verder schrijven want je hebt een uitstekende pen (type Mont-Blanc?). En blijf vooral veel samen doen.

- Pierre blijft het reilen en zeilen in Haspengouw nauwlettend en op de voet volgen. Hij zal voortaan zijn indrukken en bedenkingen over gebeurtenissen en evoluties constructief-kritisch neerschrijven in zijn blog “Haspengouw overleeft”. Onze hoop is dat Pierre nog vele jaren het reilen en zeilen in het oog houdt en het neerschrijft in zijn blog.

- Zijn blogs getuigen nu van zijn grote verbondenheid met Haspengouw in alle haar mogelijke facetten, waarbij hij af en toe een steekje geeft in de richting van natuurbeheer, bewaren van historisch patrimonium e.a. beleidsdomeinen. Waar het hart van vol is …

- Een dikke proficiat en blijf ons bestoken met graag gelezen blogs.

- Door het meermaals contact met u in verband met mijn zaak ‘Bolderberg’, heb ik tevens in u een geestesgenoot gevonden, een dorpeling die ook met enige weemoed terugkijkt naar het verleden, naar de (bijna) ve­rgeten schoonheid en (dikwijls nochtans vermijdbare) teloorgang van ons cultureel erfgoed en trouwens ook van onze zo gevarieerde maar oh zo prachtige natuur. Bovendien een fenomeen, iemand die ik bewonder om zijn vakkennis, maar meer nog om zijn eruditie, zijn schrijverstalent en om zijn intellectuele veelzijdigheid. Met uw blogs bewijst gij inderdaad niet alleen een eminent geograaf te zijn, maar ook een archeoloog en een cultuurhistoricus. Urbanist ga ik er niet bij sleuren, maar ik was toch ook zeer verrast door uw blog over Spartacus, onze fameuze sneltram en zijn controversieel traject door Hasselt. En tenslotte is er ook nog uw politieke belangstelling, gebleken in uw blog waarin gij uw mening geeft in verband met wat meer ‘logische’ gemeentelijke fusies in Haspengouw. Heb inzake gemeentefusies zelf ook een heel eigen mening en die zou ik graag met u wel eens willen bespreken.

- Trek na de corona je wandelschoenen terug aan om verder te doen wat je al zolang doet: jouw inzichten op papier zetten.

- We hopen van nog vele blogs te mogen genieten.

- Pirre heeft in België pionierswerk op het vlak van geotoerisme verricht, via zijn reeks geogidsen. Tot op heden laat hij vele geïnteresseerden via zijn boeiende blog delen in zijn zeer rijke kennis over mens-milieu interacties in Haspengouw waaruit zijn grote liefde voor deze streek blijkt. We hopen dat we de artikels van Pirre op de GEORETO-blog nog vele jaren mogen lezen!

Een vriend heeft volgende tips voor Pierre:

1. Hou van het bekende, maar geniet ook van het kijken achter de horizon

2. Wacht niet op appreciatie van anderen, je weet wat je waard bent

3. Laat de zon schijnen … en erger je niet, iedereen is menselijk

Eén vriend reageerde op de oproep met een poëtisch schrijven waar ik jullie graag mee van laat genieten.

Bedankt allemaal om Pierre een onvergetelijke verjaardag te bezorgen (je wordt ook maar één keer 70!) en een Zalig Pasen!

Marleen Diriken-Logie

Kortessem, 4 april 2021

Lapis, mors-abolescens.
4 april 2021

Scroll to Top
Scroll to Top