Fruitteelt & landbouw Mens & samenleving Natuur & landschap

Moddergevecht in Haspengouw: hou de leem op de akkers!

28 juni 2022 Haspengouw 413

Het onweer en de hevige regens van begin juni zorgden op een aantal plaatsen voor wateroverlast, bodemerosie en modderstromen, vooral in de regio Gingelom-Landen. Niet alleen de landbouwers lijden hierdoor schade, ook de bevolking in de dorpskernen delen in de brokken, of beter modder! Met zoveel negatieve gevolgen ligt het voor de hand dat erosiebestrijding beschouwd mag worden als een prioriteit om de landbouwschade bij boeren en de overlast bij de rest van de bevolking tot een minimum te beperken. Maar waarom is Haspengouw en vooral Droog-Haspengouw er zo hypergevoelig voor?

Bodemerosie, een ernstig probleem

Bodemerosie is een natuurlijk proces waarbij wind en vooral water bodemdeeltjes losmaakt en verplaatst. Het speelt zich af op hellende akkerpercelen waar afstromend regenwater via geultjes massaal bodemdeeltjes (leem) meevoert (foto 2). Het met slib beladen ‘bruin’ water (foto intro) stroomt niet alleen naar de laagstgelegen akkergronden maar ‘ontsnapt’ ook vaak naar de lagergelegen woonkernen en zadelt daar tal van mensen -meestal huizen en bezittingen van niet-landbouwers!- op met hopen modderellende. En telkens weer inspireert dit elementair geografisch proces -erosie versus sedimentatie- de rampjournalist tot apocalyptische koppen en dito foto’s.

De natuurlijke factoren die bodemerosie beïnvloeden zijn de neerslag (zowel intensiteit als hoeveelheid), de aard en structuur van de bodem (leembodems zijn van nature uiterst erosiegevoelig), de protectiegraad (van onbegroeid en kwetsbaar akkerland tot grasland) en uiteraard het reliëf.

Het golvend Haspengouws leemplateau is een gewillige prooi voor erosie (kaart hieronder).

 

Erosie is van alle tijden. Tijdens de middeleeuwen toen, met uitzondering van de kasteelbossen, het leemplateau van Droog-Haspengouw volledig op akkerbouw overschakelde, werden de boeren ook reeds geconfronteerd met erosie. Ze anticipeerden hierop door de aanplant van hagen en houtkanten (evenwijdig met de hoogtelijnen) zodat steile hellingen gefragmenteerd werden in vlakker wordende segmenten gescheiden door gestaag groeiende steilranden of talluds. In de Voerstreek noemt men dit een graftenlandschap!

Ruilverkaveling bevorderde de bodemerosie

Dit traditioneel halfopen akkerlandschap veranderde toen de landbouw na de tweede wereldoorlog en zeker vanaf het kantelmoment ‘1958’ volgens het ideeëngoed van de ruilverkaveling eerste fase moderniseerde. De kavels werden groter, de hellingen langer. Organische stalmest werd vervangen door kunstmest waardoor de bodemkluiten makkelijker uiteenvallen (minder cohesief) en de bodem sneller dicht slempt. Het boerenpaard werd vervangen door zware tractoren en gigantische, hoogtechnologische machines. Deze zwaargewichten drukken de bodemtoplaag samen zodat er bij een gebeurlijke regenbom geen of weinig regenwater in de grond kan dringen. De ruilverkaveling veranderde het agrarisch lappendeken van het traditionele Droog-Haspengouw in een landbouweconomisch rendabeler open landschap: grote kavels, een minimum aan obstakels (geen holle wegen, poelen, taluds en hagen meer) en rechte, betonnen verkavelingswegen.Gevolg van dit alles: het regenwater kan minder vlot in de grond dringen, spoelt oppervlakkig en ongehinderd af over grote afstanden en neemt vruchtbare bodemdeeltjes mee. Vooral tijdens het voorjaar (mei, juni) is de kans op erosie en modderellende groot: de akkers zijn dan net ingezaaid en/of de plantjes (o.a. suikerbieten en vooral aardappelen waarbij de machine tijdens het planten de geultjes al heeft voorgevormd!) zijn nog te klein om de fijn geëgde bodem efficiënt te beschermen.

Maatregelen drongen zich op

In 2000 werden tientallen inwoners van Velm, een zuidelijke deelgemeente van Sint-Truiden, liefst 17 maal geconfronteerd met overstromingen annex modderellende. De maat was vol -ook voor de Vlaamse overheid-, er moest dringend ingegrepen worden. Vandaar dat toenmalig minister van Leefmilieu Vera Dua op 5 december 2002 het startsein gaf voor een daadwerkelijke aanpak van de erosieproblematiek in Sint-Truiden en omgeving. Het proefproject is een zuid-noord gericht, droog dalletje, parallel met de Molenbeek en ten westen van de Kamerijkhoeve, gelegen op het grondgebied van Gingelom en Velm. De bedoeling van het project was om de afvoer van het regenwater door allerhande ‘ingrepen’ en ‘constructies’ on the field af te remmen en het water tijdelijk te bufferen om zo de wateroverlast en modderellende in de stroomafwaarts gelegen woonkern (in casu Velm) in te dammen.

Er werden erosiepoelen (opvang- en bezinkingsbekkens), aarden dammen en grasbufferstroken aangelegd (foto 3). De medewerking van de landbouwer - o.a. grondbewerking parallel met de hoogtelijnen, inzaaien van groenbedekker na de oogst en mulsen/mulchen (het laten staan of liggen van gewasresten na de oogst) gebeurde op vrijwillige basis en er was een forfaitaire vergoeding per hectare grond die door die maatregelen niet meer bewerkt kon worden.

Het groot water-examen van 2008

Dat deze ingrepen efficiënt zijn, bewijzen foto’s uit het pilootproject ‘Gingelom-Velm’ (foto 4 en 5). Deze conclusie staven we verder met het groot ‘water-examen’ dat het Zuid-Limburgse Haspengouw van mei tot augustus 2008 van boven af gepresenteerd kreeg. De hemelsluizen boven de regio stonden toen op enkele maanden liefst zevenmaal wagenwijd open. Een beknopte bloemlezing van de toenmalige berichtgeving hierover:

- 16 mei 2008. Onweer teistert Zuid-Limburg. Gemeenten meten schade op na modderstromen (Diets-Heer, Nerem, Widooie, Lauw, Rutten, Opheers, Batsheers, Mechelen-Bovelingen, Klein-Gelmen, …).

- 30 mei 2008. Wolkbreuk: Tongeren roept hulp van het leger in (Diets-Heur, Rutten, Romershoven, Jesseren, …).

- 3 juni 2008. Zondvloed boven Zuidwest-Limburg (Borgloon, Wellen, Alken, Zepperen, Nieuwerkerken, …).

- 26 juni 2008. Vijfde keer water en modder in Diets-Heur.

- 4 juli 2008. Weer ellende door onweersbuien (Lauw, Vechmaal, Jesseren, Borgloon, Voeren, …).

- 28 juli 2008. Alweer waterellende na onweersbuiten (Hoeselt, Tongeren, Bilzen).

- 4 augustus 2008. Hevige buiten zetten Tongeren onder water. Zondvloed nr. 9 treft Diets-Heur op het naamfeest van de heilige Donatus … de beschermheilige tegen onweer!

Bij al dit apocalyptisch geweld was er -dankzij de beschermende maatregelen van bovengenoemd pilootproject- nooit sprake van wateroverlast in Velm!

Hoe het verder evolueerde

Sinds 2005 koppelt de Europese Unie steunmaatregelen binnen het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) aan diverse randvoorwaarden, onder meer op het vlak van bodemerosie.

Zo werden de landbouwers verplicht om op percelen met een zeer hoge erosiegevoeligheid (dit zijn percelen waar het geschatte bodemverlies meer dan 25 ton/ha/jaar bedraagt) maatregelen te nemen om erosie te bestrijden. Deze randvoorwaarden werden in 2015 nog verscherpt door de landbouwers te verplichten om ook op percelen met hoge erosiegevoeligheid (arealen met een verlies van 20-25 ton/ha/jaar) maatregelen te treffen. Dit houdt o.m. in dat ze een niet-kerende bodembewerking moeten toepassen (bij deze techniek wordt de grond niet meer omgeploegd maar opgetild, zodat hij wel verlucht maar niet breekt) en na het oogsten van de hoofdteelt moet een bodembedekker ingezaaid worden. Deze maatregelen kunnen voor een daling van de erosie met 85% zorgen!

Alles valt of staat echter met de bereidwilligheid van de landbouwer om mee te werken. Het niet-naleven van de verplichte randvoorwaarden inzake erosie wordt bestraft met een inhouding van de GLB-steun (inkomstensteun) van 15%. Maar mega-agrobedrijven die geen GLB-steun krijgen, kunnen niet financieel gestraft worden indien ze de erosiemaatregelen niet toepassen. Dit zorgt op het terrein voor de nodige wrevel bij landbouwers die wel consequent de richtlijnen volgen.

De nieuwe bodemerosierisico-indicator, die in augustus 2020 werd gepubliceerd, modelleert het risico op bodemverlies door watererosie. Die berekening werd uitgevoerd voor de tijdspanne 2008-19 en toont aan dat Vlaanderen heel wat vooruitgang heeft geboekt i.v.m. het verkleinen van het areaal erosiegevoelige percelen (tabel). Helaas stelt men vast dat op meer dan de helft van die risicopercelen maïs en ajuinen worden geteeld. Maïs en vooral ajuinen bedekken de grond onvoldoende en vergroten zo de kans op erosie. Andere gewassen telen is een mogelijkheid maar hier speelt de vrije teeltkeuze van de landbouwer, vaak in functie van winstmarges en/of bedrijfsspecialisatie, een doorslaggevende rol.

En nu: hou de leem maximaal op de akkers!

Dat bodemerosie en de modderstromen die er het gevolg van zijn, ondanks een rist goede maatregelen nog steeds actueel zijn, staat buiten kijf. Maar eerder dan de gevolgen van de erosie te bestrijden met erosiepoelen, grasbufferstroken en dammen (wel nuttig bij extreme regenval) probeert men nu het probleem bij de bron aan te pakken en te voorkomen dat erosie optreedt. Men denkt hierbij aan conserveringslandbouw, waarbij men de bodem zo weinig mogelijk belast. Door de bodem minimaal te bewerken, het inzaaien van bodembedekkers en een teeltrotatie kan men ervoor zorgen dat het regenwater makkelijker in de grond dringt i.p.v. oppervlakkig af te stromen.  

Extreme weersomstandigheden en een (soms) ondoordachte ruimtelijke ordening zullen in de toekomst ongetwijfeld nog voor erosie- en modderproblemen zorgen, maar ik sluit me volmondig aan bij wat geograaf en erosie-coördinator Karel Vandaele op TVL zei naar aanleiding van de modderstromen in Gingelom begin deze maand: we moeten werken rond drie pijlers: protectie, preventie en paraatheid en soms zijn kleine ingrepen doeltreffender dan grote aanpassingen.

En als kers op de taart suggereert ook minister van Leefmilieu Zuhal Demir (N-VA) een oplossing. In HBVL van 10 juni ll. staat te lezen dat zij het landbouwbeleid op minstens één punt wil aanpassen met name rond het probleem van erosie, het afstromen van vruchtbare gronden naar waterlopen en bewoning. Daarvoor wordt gedacht aan een verplichte aanplant van hagen en houtkanten rond de akkers. Mijn antwoord hierop: waarom ook niet de tractor vervangen door het boerenpaard met kar? Of nog beter: gewoon het vruchtbare Haspengouw herbebossen! Dan sla je drie actuele bromvliegen in één klap: geen erosie meer, geen stikstofprobleem en geen schadelijke uitlaatgassen. Leve de oertijd!

 

 

Lapis, mors-abolescens.
28 juni 2022


Scroll to Top
Scroll to Top