Mens & samenleving Natuur & landschap

Het wedervaren van een donk te Donk

28 maart 2023 Herk-de-Stad 1527

Donk is thans een stille deelgemeente van Herk-de-Stad. Het ontstond heel lang geleden als een pleisterplaats en woonkern op een donk aan de zuidrand van het Schulensbroek, een essentieel onderdeel van de depressie ‘Halen-Schulen’. Het wel en wee van dit natuurgebied vormt het onderwerp van de allereerste Haspengouwblog ‘De groene slag om het Schulensbroek’. Herhaaldelijk door overstromingen bedreigd verliet de mens enkele eeuwen geleden noodgedwongen de donksite. Bijna twee kilometer meer zuidwaarts werd in 1752, met afbraakmateriaal van de oude kerk, een nieuw gebedshuis gebouwd. Hierrond ontwikkelde zich het huidige Donk 2.0, een toponiem dat pas ten volle duidelijk wordt als men het in zijn oorspronkelijke geografische context inplementeert! Opgravingen en wetenschappelijk onderzoek sinds 1977 beklemtonen de archeologische waarde van het Schulensbroek en zijn onmiddellijke omgeving … ten minste, dat staat nu op de donksite 1.0 als een paal boven water!

Het Schulensbroek en zijn onmiddellijke omgeving behoren tot de belangrijkste archeologische vindplaatsen in Vlaanderen. Recent onderzoek op basis van boringen (2018) o.l.v. prof Filip Van Peer (KULeuven) vond er archeologisch bewijsmateriaal van menselijke aanwezigheid in het paleolithicum of de oude steentijd – d.i. de periode vòòr het einde van de Weichselijstijd – , nl. de neanderthalers (110 000 jaar geleden) en de homo sapiens (32 000 jaar geleden). Op een diepte van ca. 8 meter onder het actuele maaiveld van het Schulensbroek stootte men immers op de afslag van een vuursteen die neanderthalers hoofdzakelijk gebruikten om hout te bewerken. En op 2,8 meter diepte vond met een kling, een primitief werktuig in silexsteen, die de homo sapiens o.m. gebruikte voor de bewerking van beenderen (o.a. een mammoetbeen) en huiden. De ouderdom van de vondsten werd bepaald met de C14-datering. De hogergenoemde vondsten in het Schulensbroek – tot op heden de enige neanderthalersite in de Vlaamse Vallei! – bewijzen dat deze bevolkingsgroep wel degelijk aanwezig was in de moerassige laaglanden van toenmalig Noordwest-Europa.

De depressie Halen-Schulen

Een donk is een overwegend zandige opwelving in een laaggelegen drassig gebied. De zgn. depressie Halen-Schulen – tot ca. anderhalve kilometer breed (N-Z) en ± vier kilometer lang (O-W) – is zo’n laagland waar meerdere waterlopen convergeren en uitmonden in de Demer, nl. de Velpe, de Gete, de Herk, de Mangelbeek en de Zwarte beek. In een breder geografisch kader is de depressie Halen-Schulen de oostelijke uitloper van wat men de ‘Vlaamse Vallei’ noemt. Stel je even het uitzicht van dit valleilandschap in het koude eindstadium van de laatste ijstijd (15 000 jaar geleden) voor. Het maaiveld van de Demervallei lag toen ruim 7 à 8 meter lager dan het huidig niveau. De vegetatie was er karig: geen bomen, hier en daar wat dwergstruiken en graszoden, kortom een natte zandwoestijn met een wemeling van verwilderde waterlopen. De hogergenoemde waterlopen voerden massaal hun stroomopwaarts geërodeerd sediment (grind, zand, silt en klei) aan. Stevige noordenwinden deden er nog een schep eolische zandleem bovenop. Tegen het eind van de ijstijd bliezen krachtige noordenwinden die over deze onbegroeide sedimentvlakte heen raasden, het zandige materiaal ietwat zuidwaarts. Zodoende accumuleerden aan de zuidrand van de brede Demervallei alhier landduinen … in het vakjargon ‘tardiglaciale duinen’ genoemd. Door de afzetting en accumulatie van allerhande sedimenten (zand, leem, klei, veen) sinds het einde van de ijstijd werd de depressie Halen-Schulen stelselmatig tot op het huidig niveau opgehoogd, d.w.z gemiddeld 65cm per millennium! Dit mechanisme – nota bene … het rechtstreeks gevolg van een ‘natuurlijke’ klimaatverandering! – vormt de belangrijkste conclusie van mijn doctoraatsstudie (1981); in de monografie ‘Het Haspengouws landschap in evolutie’ heb ik dit paleogeografisch verhaal uitvoerig belicht. Voor wie het interesseert, dit boek is nog steeds voorradig.

Over rivierduinen en donken …

De tardiglaciale duinen bleven tijdens dit opvullingsproces nog lange tijd uitsteken in het landschap en werden bezocht door de eerste ‘kolonisten’ die onze contreien na de Weichselijstijd bezochten. Want in een tijd waarin de nomadische natuurmens leefde van jacht, pluk en visvangst was zich veilig vestigen in de buurt van een waterrijk milieu een ware luxe. Welnu, wanneer zo’n rivierduin door mensen gekoloniseerd wordt, spreekt men van een ‘donk’. Opgravingen (1977, 1986, …) met o.m. de vondst van honderden artefacten – vooral schrabbers en stekers in silex en Wommersomkwartsiet – tonen het bestaan aan van een langdurige occupatie tijdens het mesolithicum. Het mesolithicum alias de middensteentijd is de cultuurperiode tussen het einde van de laatste ijstijd (ca. 12 500 jaar geleden) en het kantelmoment (ca. 6 500 jaar geleden) waarop de nomadische mens zich op een welbepaalde plaats permanent vestigde om er aan akkerbouw en veeteelt te doen. Er zijn in Vlaanderen meerdere analoge donk-toponiemen, o.a. Heindonk, Wolfsdonk, Grobbendonk, Haasdonk, Nattenhaasdonk, Mendonk, Overmere-Donk, …

7 april 741 … de vroegste archivalische vermelding van Dungo

Het toponiem ‘Dungo’ –de etymologische bron van de nederzetting ‘Donk’– duikt voor het eerst op in een voor heel Haspengouw belangrijke oorkonde, verleden op 7 april 741. In dit document erkent graaf Robertus van Haspengouw de schenking van zijn allodiale bezittingen – o.m. de kerk van Donk – aan het prille monasterium van Trudo te Sarchinium (thans Zerkingen, een stadswijk van Sint-Truiden); de later heiligverklaarde Trudo is de grondlegger van de benedictijnenabdij van Sint-Truiden. De slotzin van dit in het Latijn geschreven document begint met ‘Actum in villa Curtricias publice …’: ‘de akte in het dorp Kortessem opgesteld …’. Deze oorkonde, thans in bezit van het Rijksarchief-Hasselt, is de vroegste vermelding van de regio Haspengouw en de dorpen Donk en Kortessem.

De oudste kerk van Donk dateert dus uit de vroegmiddeleeuwse kerstening. Ze werd gebouwd onder het mecenaat van graaf Robert van Haspengouw en was toegewijd aan HH. Maria, Petrus, Johannes en de Haspengouwse kersteningsfiguren Servatius en Lambertus. Tijdens het abbatiaat van Rudolph (1108-38) werd de Donkse kerksite door de toevoeging van klooster- en bijgebouwen uitgebreid tot een priorij. Nadien zijn meerdere verwoestingen en vernielingen gerapporteerd – o.a. door een brand in 1199– maar telkens gebeurden er herstellingen. Zo fungeerde de site in 1323, tijdens sociale onlusten in Sint-Truiden, als refugium. Vanaf het midden van de 14de eeuw verwierf de donksite door het graven ringgrachten steeds meer de allure van een versterkte vesting … strategisch gelegen op de grens van het prinsbisdom Luik en het hertogdom Brabant. Herhaaldelijke overstromingen tijdens de zgn. mini-ijstijd in de 16/17de eeuw bezegelden de teloorgang van de donksite die we op bijgaand kaartje aanduiden als Donk 1.0. De dorpelingen verplaatsten have en goed naar drogere gronden aan de zuidrand van de depressie Halen-Schulen, o.a. naar de Vrugte (thans Vroente). In het midden van de 18de eeuw werd de kerk afgebroken. Op veiliger gronden ca. 1,9 km meer zuidwaarts gelegen werd een nieuwe kerk gebouwd waarrond zich de huidige dorpskom ontwikkelde.

De kerk Onze-Lieve-Vrouw Geboorte van Donk

De parochiekerk van Donk is een sober
classicistisch zaalkerkje uit 1752, gebouwd naar een ontwerp van architect J.G. Dereux i.o.v. Jozef Van Herck, abt van de benedictijnenabdij van Sint-Truiden. Zijn wapenschild en leuze ‘sic placet domino’ (zo behaagt de Heer) siert de arduinen gevelsteen boven het portaal. De verwantschap met de Truiense abdij, die er de kerkelijke rechten tot aan de Franse Revolutie (1794) behield, benadrukt de duurzaamheid van de schenkingsakte uit 741 (supra)! De bakstenen gevels rusten op een sokkel van roestkleurige Diestiaan ijzerzandsteen,
de streekeigen bouwsteen waarin de oudere kerkjes in Donk 1.0 destijds gebouwd waren. Het schip is eenbeukig, het koor heeft een driezijdige sluiting. De neoclassicistische transeptarmen, afgezoomd met hoekkettingen in ijzerzandsteen en Maaskalksteen, werden in 1895 toegevoegd. Sinds 1974 is dit sobere parochiekerkje een wettelijk beschermd monument. De begraafplaats rond de kerk wordt kortelings – als noodzakelijke ingreep tegen de opwarming van het klimaat! – ‘met respect voor de overledenen en de grafmonumenten vergroend’.  

Onze-Lieve-Vrouw van Baring

De blikvanger van het interieur is – samen met enkele curiosa uit de oudere ontmantelde kerken, de romaanse doopvont in kalksteen uit de 11-12de eeuw – een merkwaardige, vrijwel unieke voorstelling van de H. Maagd. ‘Onze-Lieve-Vrouw van Baring’ alias ‘Onze-Lieve-Vrouw Geboorte’ is een 18de-eeuwse, liggende madonna in gepolychromeerd hout. Het witte beeld vormt samen met God de Vader en de H. Geest (= witte duif), beide afgebeeld op het 19de-eeuws olieverfschilderij in het decor, de H. Drie-eenheid voor. In de traditionele volksdevotie werd de beeldengroep vereerd door zwangere vrouwen en/of dames met een kinderwens; hun verwachting wordt verwoord in de volksspreuk ‘Onze-Lieve-Vrouw ter Donk, hier komt men voor een jonk’. (Bron: De vele gedaantes van Maria. Jo Claes. Davidsfonds Uitgeverij. 2011). Het zou wenselijk zijn dat deze dorpskerk, na de sanerende vergroening van het kerkhof, zijn status van ‘open kerk’ terug verwerft zodat cultuurtoeristen en rustzoekers er weer kunnen genieten van staaltjes religieus erfgoed in situ!

Donk – Oude Kerkhof, een archeologische site sinds 2017

Ondanks zijn vroege stichting op basis van gunstige geografische factoren – een veilige en droge zandige rivierduin alias donk in een waterrijk milieu – is Donk1.0 door achteraf gewijzigde klimatologische omstandigheden (meer overstromingen) niet kunnen doorgroeien tot een volwaardige nederzetting en startte het vanaf de 16de eeuw een nieuw bestaan (Donk 2.0) op een hoger gelegen locatie (+ 26m) ten zuiden van het Schulensbroek.

Op basis van opgravingen (1977, 1986) is de omgrachte oude kerk(hof)site van Donk – een areaal van 207 923 m2, gelegen op een hoogte van +20 à +21 meter – sinds 7 juli 2017 een wettelijk beschermde archeologische site. Archeologisch onderzoek toonde menselijke aanwezigheid en bedrijvigheid aan vanaf het mesolithicum tot het midden van de 18de eeuw, o.a. een bolvormig kommetje uit de Merovingische periode (6/8ste eeuw), aardewerk uit de Karolingische tijd (8ste-10de eeuw), inhumatiegraven (vòòr 1199) en wit Maaslands aardewerk (12de eeuw).  Vooral het opvullingsmateriaal in de wallen en grachten rond de site is stratigrafisch en archeologisch van enorm belang. Van de kerk werd alleen puin aangetroffen wat er op wijst dat de afbraak grondig gebeurde.

Over eigentijdse conflicten en misdrijven

De beschermde archeologische site behoort momenteel als onopvallend grasland tot het natuurgebied Schulensbroek. Als goedbedoeld eerbetoon aan het verleden van de verzonken donksite liet de Erfgoedraad van Herk-de-Stad in 2021 op de plaats van de oude kerk een obelisk plaatsen: een vijf meter hoge zuil op een betonnen sokkel. Een kruis zou, gezien de christelijke voorgeschiedenis van deze site, m.i. logischer geweest zijn … maar dit symbool stuitte op een njet van de toenmalige eigenaar van het perceel. Soit, de obelisk is echter geplaatst zonder de goedkeurende toelating van de Administratie Onroerend Erfgoed en dit wordt in het ‘Onroerend Erfgoeddecreet’ van 2013 als misdrijf bestempeld: de plaatsing van de paal heeft de archeologische site beschadigd. Afbraak zou echter nog meer schade aan het bodemarchief berokkenen. Daarom verzoekt de AOE de gemeente een aanvraag tot regularisatie in te dienen. En ook de natuurvereniging ‘Vrienden van het Schulensbroek’ heeft zijn bedenkingen bij het kunstwerk. Want het blinkend ‘topstuk’ van de obelisk hindert vogels in hun doen en laten. ‘Bovendien is de zuil door zijn hoogte ook een uitkijkpunt voor roofvogels, terwijl er in het Schulensbroek alles aan gedaan wordt om de aanwezigheid van weidevogels te stimuleren. Niettemin is én blijft het Schulensbroek een uiterst waardevol Natura 2000-natuurgebied. En het had, zeker voor de vogelstand en het geografisch oog, nog veel fraaier gekund indien de talrijke, thans keurig ingedijkte, kaarsrechte waterlopen weer naar hartenlust zouden mogen meanderen om zo bij elke overstroming weer oeverwallen en komgronden te kunnen opbouwen.

 

 

Lapis, mors-abolescens.
28 maart 2023


Scroll to Top
Scroll to Top