Historisch straat- en pleinmeubilair in Haspengouw

17 februari 2026 Haspengouw 411

Deze blog lijst een aantal ‘kleine monumenten’ langs Haspengouwse straten en pleinen op … vandaar de typering straat- en pleinmeubilair. Vaak zijn ze zo onopvallend of bescheiden geplaatst dat men ze achteloos en zonder aandacht passeert. Nochtans kan hun boodschap of getuigenis groots zijn. Het zijn immers vaak aanknopingspunten met historische gebeurtenissen en tendensen. Vooral dit wil ik benadrukken bij het schrijven van deze blog. Verwacht ditmaal geen plejade van kerken, kastelen of andere architecturale blikvangers … die staan immers al voldoende in the picture. Maar bereid je voor op een literair-historische wandeling langs o.m. een speciale stoel,  een tandpijnboom, oorlogskruisen en -monumenten, een waterpomp en een bronmonument, heksen en bokkenrijders, ongevalskruisen en andere drama’s, helden en wapenschilden, Gallo-Romeins straatmeubilair, grenspalen en kiosken, …

De neogotische waterpomp van Gors-Opleeuw

Sedert 1905 staat op het pleintje naast de Sint-Martinuskerk van Gors-Opleeuw een waterpomp. Dit neogotisch ‘monument’ dateert uit 1845 en stond oorspronkelijk aan de Kloosterstraat in Tongeren. Toen men begin 20ste eeuw in de Tongerse binnenstad overschakelde op ‘de waterleiding’ vond deze antieke waterpomp een nieuwe standplaats op het dorpsplein van het landelijke Gors-Opleeuw. De opstaande wanden van de vierzijdige mantel zijn met neogotische elementen (accoladevormige spitsbogen en vierpasmotieven) versierd. Centraal binnen de kanteelachtige boord bovenaan prijkt een gestileerde knop. De tuit ontvouwt zich als een draakvormige ‘waterspuwer’. In de 19de eeuw mocht een elementair gebruiksvoorwerp ook decoratief zijn!

De gerechtsstoel in Hoepertingen

Het 17de-eeuws Paanhuis, gelegen op de hoek met de Langegrachtstraat, was eertijds de banbrouwerij van de heerlijkheid Hoepertingen. Dit verklaart de wapenschilden van heer Willem de Scharenberg (+1632) en zijn echtgenote Guillemette-Anne van Lynden boven de deur. Het pand fungeerde tevens als schepenbank (= gerechtshof) voor lokale geschillen. Hiernaar verwijst het ‘moderne’ arduinen zitmeubel (= de stoel van de rechter) op de stoep voor het huis; deze stoel dateert van 2002 en vervangt een ouder exemplaar dat het slachtoffer van een verkeersongeval was. De adellijke geslachten die eertijds de scepter zwaaiden over de heerlijkheid en het redemptiedorp Hoepertingen verbleven in het monumentale kasteel van Hoepertingen, de huidige horecazaak “Château de Looz” (Kasteelstraat).

Het Iers Kruis te Vlijtingen-Lafelt

Eén van de meest directe herinneringen aan de memorabele slag van Lafelt (2 juli 1747) (met 17 500 gesneuvelden in één etmaal ongetwijfeld de hevigste en bloedigste militaire confrontatie ooit op Haspengouwse grond uitgevochten) is het Iers kruis op de Keiberg … hoog in het openfield landschap tussen Vlijtingen en Lafelt. Deze monoliet uit 1964 werd bekostigd en geschonken door de ‘Cork City Choral Society’: het koor van de Ierse stad Cork waarover de uitgeweken Vlaming Staf Gebruers (1902-70) de leiding had. Het monument brengt hulde aan de honderden Ieren die bij de gevechten alhier sneuvelden. De Ieren streden aan de zijde van Frankrijk, Spanje, Beieren en Pruisen in de hoop bij een eventuele overwinning tegen de geallieerden (Oostenrijk, Engeland, de Nederlandse republiek, Rusland) zich van het Engelse juk te bevrijden. In de Tweede Vrede van Aken (1748), waarin de Oostenrijkse successieoorlog (1740-48) diplomatiek bezegeld werd, kwamen de Ierse verzuchtingen niet eens ter sprake. Uiteindelijk zouden de Ieren nog tot 1921 op hun staatkundige autonomie moeten wachten.

De kwartjesboom te Val-Meer

Uit een vergelijkende studie van oude kaarten blijkt dat deze winterlinde (Tilia cordata) tijdens de eerste helft van de 19de eeuw – wie weet naar aanleiding van de Belgische onafhankelijkheid? – geplant werd bij de kruising van meerdere veldwegen ten noordoosten van de dorpskom van Val-Meer. Lange tijd stond er ook een kruis; dit houten kruis hangt nu tegen de stam. Hij/zij geniet de status van kwartjesboom en is in die hoedanigheid sinds 2019 een wettelijk beschermd levend monument. Eertijds bestond er de ‘heilige’ overtuiging dat men bij hevige tandpijn een spijker tegen de zere tand moest aandrukken en hem vervolgens samen met een kwartje in de stam van een boom moest nagelen … dan zou de boom (de natuur) de pijn overnemen! Aangezien kwartjes – ronde muntjes ter waarde ¼ oude Belgische frank, met in het midden een gaatje – in ons land geslagen werden tussen 1908 en 1947, neemt men aan dat dit volksgebruik tijdens de eerste helft van de 20ste eeuw nog in omloop was. Het ebde, zoals vele ‘oude gebruiken en tradities’ gebaseerd op religie, na het kantelmoment ‘1958’ in ijltempo weg. Zo verdween ook het aloude kruispunt van landwegen nabij de boom bij de uitvoering van de ruilkaveling (1960-65).

Alhoewel deze ‘remedie tegen tandpijn’ in het Vlaams volksgeloof wijdverbreid was, is het actueel voorkomen van kwartjesbomen in Vlaanderen uiterst zeldzaam … wat zijn opname in deze lijst van beschermd erfgoed en zeldzaam straatmeubilair in Haspengouw wettigt. De alleenstaande spijkerboom van Val-Meer is momenteel ca. 24 meter hoog. De diameter van de kruin meet 21 meter. De stamomtrek op anderhalve meter hoogte bedraagt 150 cm. In de schaduw van de boom staan een picknicktafel.

Tjenne de Heks

De tweede helft van de 17de eeuw wordt in onze contreien gekenmerkt door gruwelijke heksenprocessen. Langs de drukke heerbaan Tongeren -Tienen (nu een stiltegebied met oogstrelende vergezichten) was er eertijds een brandstapel waar veroordeelde heksen levend verbrand werden. Hier werd in 1667 (Joh)Anna Machiels – in de volksmond beter gekend als heks ‘Tjenne – veroordeeld en terechtgesteld. Zelf heeft ze wellicht nooit beseft dat haar gedachtenis tot op vandaag levend bewaard en herinnerd zou blijven terwijl de namen van haar rechters en beulen reeds lang vergeten zijn. Heden ten dage wordt de onfortuinlijke Tjenne herinnerd in de gestalte van een naturalistisch kunstwerk, vervaardigd door beeldhouwer Gerard Moonen (°1952) … als een symbool van verdraagzaamheid in een wereld waarin 359 jaren later nog steeds mensen – mannen, vrouwen en kinderen – op een weerzinwekkende wijze vernederd en vermoord worden, vaak zonder enige vorm van proces.

Het perron … historisch pleinmeubilair

Het perron (pruin, piroen, perroen) was het statussymbool van de speciale rechten en vrijheden die de stedelijke nederzettingen tijdens de middeleeuwen van hun hiërarchische overheden (o.a. de graven van Loon en de prins-bisschoppen van Luik) kregen. Het perron bevond zich eertijds vlak bij het stadhuis en/of op het marktplein en was meestal uitgevoerd in natuursteen. Centraal op een getrapte sokkel stond een ronde zuil, bekroond met een geschubde dennenappel (alias rijksappel) en een kruis(je). De dennenappel is het symbool van vruchtbaarheid en samenwerking: de verschillende schubben vormen samen één geheel! Vanop het verhoogde voetstuk werden berichten en onderrichtingen van de overheid aan de bevolking medegedeeld. Onder het Frans bewind (1794-1815) werden deze overbodig geworden perrons uit het stadsbeeld verwijderd. In diverse Haspengouwse stadscentra werden later als herinnering aan de goede oude tijd replica’s geplaatst. Thans stofferen ze o.m. het plein- en/of straatmeubilair van Bilzen (1968), Herk-de-Stad (1986), Borgloon (2000), Sint-Truiden (foto) en Tongeren.

Een bokkenrijder, gedreven door de wind

Sinds de herfst van 2006 staat midden op deze rotonde een dynamische voorstelling van een bokkenrijder: een mansmens, gezeten op een bok en met in de rechterhand een gevulde zak … de schamele buit van een nachtelijke sneukeltocht (woordkeuze?). Dit metalen kunstwerk, dat tevens een windwijzer is, werd vervaardigd door de Hasseltse kunstenaar Jos Peeters.

De bokkenrijders belichamen het verzet van de gewone man tegen de uitbuiting van hogerhand – zowel wereldlijke en als kerkelijke overheden – waardoor tijdens de 18de eeuw het pauperisme op het platteland welig tierde. Om zichzelf en hun huisgenoten – vaak kinderrijke gezinnen – in leven te houden, namen ze noodgedwongen hun toevlucht tot ongeoorloofde praktijken en daden zoals diefstallen (o.m. het kraken van offerblokken en inbraak in kerken, hoeves, kastelen en pastorieën), brandstichtingen en afpersingen via hun vaak efficiënte techniek van de brandbrieven.

In Wellen was de repressie tegen de bokkenrijders uiterst hevig omdat deze heerlijkheid toen onder vleugels en de strenge rechtspraak (doodvonnissen!) van de abdis van Munsterbilzen ressorteerde. In aangrenzende heerlijkheden met plaatselijke schepenen (rechters) waren de uitspraken en straffen i.v.m. de praktijken van de bokkenrijders doorgaans veel milder. Tussen juni 1774 en februari 1776 werden 27 Wellense bokkenrijders op weerzinwekkende wijze terechtgesteld in de zgn. Bonderkuil, een oude zandleemgroeve in het afgelegen gehucht Langenakker.

Monument voor een neergestort Pools vliegtuig in Jeuk

Op vrijdag 20 augustus 1965 stortte in een bietenveld nabij het gehucht Heiselt, ten zuidoosten van de dorpskom van Jeuk, een Pools passagiersvliegtuig (SP-LVA) te pletter. Volgens een officieel rapport verongelukte het toestel tijdens een hevig onweer; in die tijd waren nog niet alle vliegtuigen met een weerradar uitgerust. Hierbij kwamen de vier bemanningsleden (twee piloten en twee stewardessen) om het leven. Het vliegtuig vloog van Rijsel (Fr.) terug naar de Poolse hoofdstad Warschau nadat het op de heenvlucht 64 Poolse mijnwerkerskinderen, die hun vakantie in Polen hadden doorgebracht, terug naar Noord-Frankrijk had gebracht.

Op zaterdag 17 augustus 2019 werd nabij de plaats van het ‘ongeval’ – nog steeds een vreedzame open landbouwruimte – een monument geplaatst: een arduinen steen op een bakstenen sokkel. Het vermeldt de namen van de verongelukten en ook wat toelichting.

Volgens sommige bronnen wordt de officiële oorzaak van de crash echter in twijfel getrokken. Er zijn aanwijzingen dat het Pools toestel ter hoogte van de provincie Limburg ietwat te ver naar het noorden afgeweken zou zijn en mogelijks wou gaan ‘spioneren’ in de buurt van de militaire luchtbasis van Kleine-Brogel. Daarop zou het door Amerikaanse vliegtuigen onderschept zijn om vervolgens boven het Haspengouwse Jeuk neergeschoten te worden. Er zijn meerdere argumenten voor deze hypothese: ooggetuigen hebben een luide knal gehoord en een vuurbal gezien en minstens vijf andere vliegtuigen die op het tijdstip van de crash in de buurt van het ‘ongeval’ vlogen, hebben geen last van slechte weersomstandigheden gerapporteerd! Wat is er precies gebeurd? Wie zal het ruim zestig jaar na de feiten zeggen? Laten we vooral niet vergeten dit intrieste verhaal te kaderen in volle koude oorlog-tijd toen Polen nog een onderdeel van het “Russische” Oostblok was.

Bron. ‘No distress signal was recorded. De crash van een Pools vliegtuig in Jeuk, 20 augustus 1965.’ Kris Lenaerts, Rombout Nijssen en Mario Raeymaekers. Een uitgave van vzw Limburgse Studies, vzw Hobbyarcheologie Limburgse studies, vzw Hobbyarcheologie Limburg en het Documentatiecentrum De Graef Kuringen, 2019. https://www.romboutnijssen.be/media/get/original/849/jeuk-1965.pdf

Oorlogsgedenkteken

In vrijwel ieder Haspengouws dorp of gehucht herinneren inscripties op kleine of grotere monumenten en gedenktekens aan gesneuvelden of slachtoffers – zowel soldaten als burgers – van beide wereldoorlogen (1914-18 en 1940-45). Ze worden vaak achteloos voorbijgereden … tenzij het 11 november is. Ach, het is toch alweer 81 jaar (en langer) geleden dat de wapens hier zwegen en onze toekomst ziet er toch ‘rooskleurig’ uit, … niet?

We vestigen de aandacht op het monument voor de gesneuvelden tijdens de Eerste wereldoorlog te Bommershoven: een grasgroene straathoek tussen een metalen hekwerk en overschaduwd door een beuk. Het is een bijzonder suggestieve prent uit 1919, uitgevoerd in baksteen en arduin: een nagebootste ruïne (restanten van gebouwen) met een bewapende, liggende soldaat als blikvanger en een gedenkplaat met 42 namen. In het eerste decennium van de 21ste eeuw werd het tafereel tot tweemaal toe slachtoffer van vandalisme: de soldaat verloor zijn hoofd … iemand had de boodschap blijkbaar niet goed begrepen! Dit euvel werd zichtbaar hersteld.

Ongevalskruis

Het betreft een sierlijk smeedijzeren kruis op een arduinen sokkel met een gotisch opschrift dat door corrosie helaas niet meer leesbaar is en wiens herkomst/betekenis dus niet eenduidig te bepalen is. Er bestaan twee hypothesen om de historische voorgeschiedenis van dit straathoekmeubilair te verklaren. Ofwel is de sokkel het voetstuk van de galg die eertijds op de ietwat meer oostwaarts gelegen Pullenberg naast de Romeinse heerbaan Tongeren-Tienen stond. Ofwel betreft het een 17de-eeuws gedenkteken, eertijds opgericht in het Waalse La Reid (Theux), voor een verongelukt lid van de adellijke familie Naveau de Marteau. Deze familie woont sinds de tweede helft van de 19de eeuw tot op heden in het rococokasteel aan de overkant van de Alfonsstraat. Als dank voor een genezing zou deze familie in 1924 de hardstenen sokkel en het smeedijzeren kruis naar zijn huidige standplaats overgebracht hebben. Naast en achter het ongevalskruis staan twee gesnoeide taxussen en een plataan. Sokkel en kruis zijn als monument beschermd, de omgeving (de merkwaardig geïsoleerde dorpskern van Bommershoven) is beschermd als dorpsgezicht.

Muziekkiosken

Een kiosk is een overdekte, cirkelvormige muziektent met open zijkanten. In andere culturen komt de kiosk reeds voor vanaf de 13de eeuw: kushk (Perzisch), kösk (Turks) en kiosque (Frans). Pas vanaf de 18de eeuw raken hier kiosken in (private) parken en op (openbare) pleinen algemeen ingeburgerd. We hielden in Haspengouwse dorpscentra halt bij twee muziekkiosken … veel meer zijn er niet meer, denk ik.

De kiosk van Hoeselt (Dorpsstraat) is onderdeel van het beschermd dorpsgezicht in het centrum van Hoeselt waar in de dorpskern de originele Frankische aanleg nog herkenbaar is: een langgerekte, naar de Demer afhellende dries met – eertijds – van boven naar beneden meerdere grachten en waterpoelen! Anno 2026 wordt het plein bij de kerk, het oud-gemeentehuis en de kiosk heraangelegd. Naar aanleiding hiervan werd het terrein archeologisch uitgespit; we kijken met belangstelling uit naar de resultaten! Volgens een oude foto dateert deze schilderachtige kiosk zeker uit het begin van de 20ste eeuw. Architecturaal typeren we ze als een verhoogde tribune overdekt met een rieten dak dat gedragen wordt door meerdere platanenstammen (foto).

De huidige kiosk van Diepenbeek (Stroobandersplein) werd opgericht in 1947-49 naar aanleiding van de 75ste verjaardag van de Koninklijke Harmonie De Stroobanders. Mogelijks was er voorheen al een oudere versie. Volgens kenners is het “één van de mooiste en fijnst afgewerkte kiosken van het land, met bovendien een buitengewone akoestiek” … dit kan je trouwens zelf gaan beoordelen want geregeld zijn er nog dans- en muziekevenementen! Het grondvlak is achtzijdig met een in baksteen opgemetselde sokkel. Metalen pijlers ondersteunen het dak, voorzien van pseudo dakkapellen. De top heeft een pagode-achtige bekroning.

Luikse grenspaal Hoeselt-Romershoven-Diepenbeek

Tijdens de middeleeuwen en het ancien régime was Hoeselt een Luikse enclave binnen het graafschap Loon. De heerlijke rechten van de heerlijkheid Hoeselt waren tussen 1619 en 1683 in bezit van de landcommandeurs van Alden Biesen. In 1683 kwam Hoeselt echter terug onder de vleugels van het Luikse Sint-Lambertuskapittel waarvan op dat ogenblik kanunnik Guillaume Bernard de Hinnisdael de leiding had. (De familie van Hinnisdael komt voor op merdere Haspengouwse kasteelsites!). Omdat deze overdracht implicaties had op het innen van belastingen moesten de grenzen van het Hoeselts grondgebied nauwkeuring aangeduid worden. Daarom werden op meerdere plaatsen officiële grenspalen aangebracht; hiervan heeft een trio de tand des tijds overleeft.

Op bijgaande foto tonen we de kalkstenen grenspaal van Romershoven. Op de voorzijde, gericht naar Romershoven, staat het sterk verweerde wapen van de Luikse prins-bisschop (1650-88) Maximiliaan-Hendrik van Beieren. Boven en onder dit adellijk kenteken zijn in kortschrift twee aanroepingen gegriefd: STA MRR (= Sancta Maria) en STE LB (=Sancte Lamberte) … heiligen die in het prinsbisdom Luik op de bovenste plank stonden. Op de andere zijden staan de namen van de aan Hoeselt grenzende dorpen. Analoge gereconstrueerde grensstenen bevinden zich in Werm (Katteveldstraat) en nabij de Kruislinde.

De Elf Latsjanen

In de schaduw van én aan de achterzijde van het historische stadhuis werd in 1983 door de Orde van de Commeduur het carnavalsmonument van de Trudostad opgericht. Het betreft een ontwerp van de bekende Truiense tingieterij Brialmont. Met het ontsteken van de elf lampen of latsjanen (= lantaarns), jaarlijks op de elfde dag van de elfde maand (11 november) worden hier de festiviteiten omtrent carnaval opgestart. Door de kwetsbare inplanting op een plein waar vaak activiteiten plaatsvinden (markt, kermis, evenementen) is het “monument” reeds meerdere keren aangereden en/of beschadigd. In Sint-Truiden valt de jaarlijkse hoogdag van het carnavalsgebeuren op ‘verloren maandag’. Met 19 stoeten en/of optochten is carnaval in Haspengouw anno 2026 nog steeds een hot gebeuren: Borgloon (5) en vooral Riemst (6) spannen de kroon.

De heldhaftige Ambiorix

Ambiorix betekent in het Keltisch ‘rijke koning’. Het bronzen Ambiorixbeeld op de Grote Markt in Tongeren (1866) is het meesterwerk van de Noord-Franse beeldhouwer Jules Bertin (1826-92). Koning Leopold II himself woonde de officiële inhuldiging bij. Het beeld dat meerdere historische onjuistheden bevat, past in de algemene tijdsgeest tijdens de tweede helft van de 19de eeuw. Het prille België had nood aan geïdealiseerde helden om naar op te kijken; tientallen levensgrote standbeelden van historische figuren in onze steden dateren dan ook uit die tijd. Ambiorix is afgebeeld als een halfnaakte, edele wildeman die het opnam tegen de decadente Romeinse beschaving: de linkerhand op de borst, in de rechterhand een strijdbijl. Historisch onjuist zijn de helm met vleugels en een draakje alsmede het zwaard aan zijn gordel. De plaatsing op een drie meter hoge, prehistorische (dus oudere) dolmen van ijzerhoudende zandsteen is een anachronisme van formaat. Speren, pijlen en koppen van everzwijnen sieren de smeedijzeren omheining. Over de opvallend bruine sokkel fluisterde geoloog Michiel Dusar mij nog het volgende in het oor: “Bontzandsteen (Buntsandstein) uit de Duitse Trias is zeer ongebruikelijk in België maar toch een heel bewuste keuze. Het is een ‘Germaanse’ steen, in tegenstelling tot de gebruikelijke gelige kalkstenen die ‘Romeins’ zijn. Het symboliseert de strijd van de gegermaniseerde Kelten tegen de Latijnen“

Adellijk wapenschild in rococo

In meerdere publicaties heb ik het bovenregionaal belang en de uitstraling van het Haspengouws kastelenlanschap benadrukt. Een aantal kastelen zijn inmiddels uit het landschap verdwenen en zo goed als vergeten. Dit is o.m. het geval voor het Hoeselts kasteel Terbos dat in 1746 aan de Hombroekstraat, op de site van het middeleeuws cijnshof Terbosch, gebouwd werd i.o.v. gravin Jeanne d’Aspremont (+1698). De wapensteen die zich eertijds in de gevel van haar kasteel – op de Ferrariskaart (1770-77) ‘Château den Boch’ genoemd – bevond, trekt nu de aandacht als cultuurhistorisch straatmeubilair nabij hoger vernoemd wegenknooppunt. Het familiewapen is in keurige rococostijl gebeeldhouwd in een helaas te zachte brok mergelzandsteen … zodat de details vrij vlug verder zullen afbrokkelen: straatmeubilair in staat van ontbinding?

Sint-Anna-brongebouw

Dit arduinen monument werd in 1841 opgericht i.o. van graaf de Borchgrave d’Altena, kasteelheer van het thans verdwenen kasteel van Mechelen-Bovelingen. Het staat boven de bron van de Fonteinbeek, een zijbeekje van de Herk. Bron noch beek zijn momenteel nog zichtbaar; ze zijn immers ingekokerd en overwelfd. Het brongebouw is laagsgewijs opgebouwd in grijze arduinsteen en aan de top bekroond met een geschubde pijnappel. Op het monument staat het Latijnse chronogram “beatae annae/VIrgInIs DeIrarae CenItrICI/hUJUs paroChIae/tItULarI eLeVatUM (1941?). (Een bescheiden, persoonlijke poging tot een zinvolle vertaling: ‘Opgericht ter ere van de maagd Anna, patroonheilige van onze parochie en bron van onze voorspoed’

Tumuli … Gallo-Romeins straatmeubilair!

In het grotendeels ontboste Haspengouwse landschap liet de Gallo-Romeinse kolonisatie tal van sporen – vooral lijn- en puntrelicten – na. Zo kan je her en der rijden, wandelen en fietsen over korte en langere segmenten van heerbanen. Langs deze aloude transportwegen duiken nog steeds – bijna 2 000 jaar na hun aanleg – meerdere tumuli op. Het zijn de begraafplaatsen van vooraanstaande grootgrondbezitters en herenboeren. Hun villa’s of boerderijen zijn helaas bovengronds verdwenen maar in het bodemarchief traceerbaar in tal van archeologische sites. Een bezoek aan het Gallo-Romeins museum in Hartje Tongeren is de aangewezen intro voor wie zich in het Gallo-Romeins verhaal van Haspengouw wil verdiepen. Andere tumuli in de omgeving van Tongeren vind je langs voormalige heerbanen op het grondgebied van Koninksem, Vechmaal, Gutschoven, Montenaken en Herderen.

De zwevende kapel van Helshoven

Het kunstwerk “Helsh(ea)ven” (2019) – het lijkt een kapelletje zoals er in Haspengouw zoveel zijn, maar is dit allerminst – is een ontwerp van beeldend kunstenaar Frits Jeuris (°1875). Het maakt deel uit van het bredere project “Kunst in de open ruimte”, aangestuurd door Z33 (Huis voor Actuele Kunst, Design en Architectuur).

Het is gemaakt van hout afkomstig van 90 volwassen hoogstamkersenbomen die in 2016 noodgedwongen gekapt moesten worden omdat ze met het little cherry-virus besmet waren. Vanuit deze optiek symboliseert dit tijdelijk kunstwerk – ontworteld hout vergaat! – enerzijds de dynamiek, anderzijds de voortdurende transformatie van een landschap … om even te bezinnen en te genieten bij deze panoramische uitkijkpost!

 

Lapis, mors-abolescens.
17 februari 2026

Scroll to Top
Scroll to Top